Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te meer verwonderen over de wijze waarop de schrijver deze dingen te boek heeft gesteld. De hoofdzaak: dat de agrarische kommissie in de beide voornaamste strijdvragen de oppositie van Gorter volkomen heeft gerechtvaardigd, en zelfs zoo goed als letterlijk bevestigd, verzwijgt Troelstra absoluut. Daarentegen doet hij het voorkomen alsof hij op de meest onrechtvaardige manier behandeld is geworden in een geding — dat nog altijd op beslissing wacht. Moest men hem gelooven dan heeft het verdere verloop niet Gorter, maar hem in 't gelijk gesteld.

„Hoe juist ik gezien heb, schrijft hij, is uit het verdere verloop der agrarische kwestie wel gebleken Nadat de te Utrecht benoemde commissie eenige maanden voor het kongres te Dordrecht (1904) haar rapport had gepubliceerd, achtte de Partij zich te Dordrecht niet voldoende in staat een oordeel te vellen." (bl. 17). De waarheid, daarentegen, is dat de kommissie haar rapport niet „eenige maanden", maar ruim 6 weken (19 Februari—3 April) voor het Dordtsche kongres heeft uitgegeven en dat een paar inzenders bij het Volk daarop uitstel van behandeling vroegen. „De Partij" heeft zich verder met de zaak niet veel meer bemoeid. Er werd op het kongres eenvoudig niet over gesproken. Vlak voor het sluiten der vergadering (zie de voorlaatste 'bladzijde van het kongresverslag, pag. 31) zei de president kortweg:

„de agrarische kwestie wordt uitgesteld tot het volgende jaar," en wel mocht dit bij de aanwezigen, volgens het verslag, teekenen van „vrolijkheid ' teweegbrengen: zeker was de agrarische kwestie nog niet opgelost, maar de debatten over de kwestie in de Partij konden als geëindigd worden beschouwd door het rapport dat ieder kongreslid in handen had, en waaruit bleek dat er geen verschil meer was tusschen de vertegenwoordigers van de eertijds strijdige meeningen, die zich op een ontwerp-prograin hadden vereenigd

In overeenstemming hiermee lezen we in het Volk (red. Tak) van 7 April 1904:

„Het agrarisch voorstel bleef buiten behandeling.

Ware er gelegenheid geweest, de kommissie zou hebben meegedeeld, dat zij uitstel niet noodig achtte, juist om het eenvoudig karakter liarer voorstellen.'' (Wij kursiveeren).

Tak gaat voort met te zeggen, „dat een definitieve afsluiting van onze agrarische politiek niet mogelijk is." De ontwikkeling van het landbouwbedrijf kunnen wij met veel minder zekerheid vaststellen dan die van de industrie. Toch geeft het kommissierapport aanleiding om een „voorloopige" beslissing te nemen. Nu er eenmaal een door de kommissie onnoodig geoordeeld uitstel is gekomen — zoo eindigt Tak — kunnen de partijgenooten de zaak nog eens bespreken en zullen in de diverse rapport wellicht stof vinden voor diskussie. Waarschijnlijk uit de overbodig gebleken vrees dat de diskussie andermaal heftig zou worden, verzocht de redakteur haar zooveel mogelijk te beperken, zoodat niet later dan Augustus de kommissie zou kunnen overwegen of „zij een naschrift op haar rapport moest geven." — Zoover wij weten is er bijna niet meer over gehandeld, een zoodanig naschrift is uitgebleven, en ook op het vol-

Sluiten