Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gende kongres, Den Haag 1905, bleek de belangstelling zeer gering in een kwestie — die voor de partij feitelijk geen kwestie meer was. Men wist: er is een koncept-program waarover Gorter en Troelstra het eens zijn. Maar zelfs deze, zij het dan „voorloopige beslissing" wordt door Troelstra genegeerd. Werkelijk heeft reeds hetDordtsche kongres die beslissing aanvaard. Dat de partij zich te Dordrecht „niet in staat achtte een oordeel te vellen'' blijkt althans uit niets.

Een schijn van waarheid ontleent Troelstra aan het feit dat ook in Den Haag het kongres geen bepaalde uitspraak heeft gedaan.

„ . . . juist die pachterskwestie die volgens Gorter zoo eenvoudig was [en waarin volgens Tak de agrarische kommissie zulk een „eenvoudig voorstel' had gedaan — V. d. G ] en waarin hij later het rapport der kommissie heeft moeten verdedigen tegen dezelfde tegenwerpingen, door hem in 1901 tegen ons program gemaakt, bleek op ons Haagsche kongres (1905) nog zoo weinig rijp voor beslissing door de Partij, dat zij alweer is uitgesteld tot het volgend kongres!"' (blz. 17.)

Doch ook dit is, nauwkeuriger beschouwd, een van de verwarrende voorstellingen waarvan het tegen zijne partijgenooten door Troelstra verzamelde materiaal maai- al te rijk is. Zeker, te pachterskicestie in haar geheel is samengesteld genoeg. Zij bevat misschien nog vele elementen die in onze agrarische debatten zelfs niet genoemd zijn geworden. Maar in onze debatten was hetgeen voor ons de hoofdzaak uitmaakte de eenvoudige vraag: zal onze Partij aan die talrijke klasse van kleinere en grootere landbouwondernemers al of niet beloven wat men hun, volgens onze kommissie, wel beloven maar niet geven kan : een uitzonderingsrecht ten opzichte van de grondbezitters ? Van af het oogenblik dat de kommissie eenstemmig verklaarde : neen, was „de pachterskwestie" natuurlijk niet opgelost in den zin dat er voor geen enkel partijgenoot nu niets meer over te zeggen viel, maar was het debat in de Partij over dit onderwerp, gelijk reeds gezegd, feitelijk geëindigd.

Meer overeenkomstig de waarheid zou het geweest zijn indien Troelstra, in plaats van tot het laatste toe deze alles beslissende hoofdzaak te verbergen, aangetoond had dat op het Haagsche kongres nog slechts over onderdeelen gesproken was, die de vroegere debatten bijna niet raakten. Het Haagsche kongres heeft de konklussie der Agrarische kommissie aanvaard, en daarmede volkomen in den geest van de „N. Tijdgroep" beslist, op één punt na: dat betreffende de pacht kommissies. Dit onderdeel is, nadat het met 55 tegen 53 stemmen was aangenomen, waarbij echter 69 blanko, op voorstel van Troelstra uitgesteld. Vervolgens werd, blijkens het Verslag:

„Het restant van het voorstel der agrarische kommissie met handopsteken aangenomen."

Zoo volkomen „rijp" bleek dus de pachterskwestie in haar verreweg voornaamste bestanddeel, in het eenige waarover groot principieel meeningsverschil had bestaan, dat de paragraaf die deze ondernemers als ondernemers bevoorrechten wilde, zelfs zonder hoofdelijke stemming, op voorstel der speciale kommissie, geschrapt werd

3

Sluiten