Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit het program! Ook dit feit verzuimt Troelstra te berichten, zoodat de algemeene indruk van den lezer die geen eigen onderzoek heeft gedaan, hierop moet neerkomen dat er nog steeds geen beslissing in deze aangelegenheid is genomen, en dat dus een latere beslissing even goed ten gunste van Troelstra als van Gorter kan uitvallen. Zelfs meent Troelstra er aan de redaktie van Tak een verwijt van te mogen maken, dat deze in het partijjaar 1904—1905 de agrarische kwestie niet in het Volk heeft behandeld — zoodat het Haagsche kongres, schrijft hij, „wegens onvoldoende voorbereiding, de zaak alweer niet geheel ten einde brengen kon." (bl. 67).

De waarheid, meenen we, is dat het kommissierapport, met de bijlagen, dit vraagstuk geheel voldoende had voorbereid en zelfs voorloopig uitgeput. De korte diskussie in Den Haag, over het onderdeel der pachtkommissies hoofdzakelijk, deed zien dat sommige partijgenooten ook voor deze instelling niets gevoelden, als nogmaals een voor ons ongemotiveerde bescherming van een ondernemersgroep. Op de konklusien der kommissie is geen enkele aanmerking gemaakt die de vroegere gedachtewisseling betrof. Voor het bestendigen van de beide leuzen: pacht-alleen-van-winst, en grond-aan-arbeiders,waarvan te Utrecht in 1901 beweerd was dat het zulke pakkende verkiezingsleuzen en daarbij of zelfs daarom zulke uitmuntende sociaaldemokratische eischen waren; voor haar behoud op het program verhief zich geen enkele stem. Vliegen, rapporteur, had nog eens de twee groote geschilpunten met de meening der kommissie daarover, kort en duidelijk in het licht gesteld. Hij zeide, volgens het verslag:

„ . . . uit het verkiezingsprogram wil de kommissie schrappen den eisch dat alleen van de netto-opbrengst van het bedrijf pacht moet worden betaald, omdat deze eisch binnen het raam der kapitalistische maatschappij niet is te verwezenlijken. Ook de eisch „uitgifte van grond aan arbeiders" moet geschrapt: de toestanden in het noorden, die dezen eisch uit de arbeiders zelf deden opkomen, zijn sterk gewijzigd, de verwezenlijking ervan is niet denkbaar zonder pacht, dus zonder konkurrentie: het is niet uittemaken wie arbeiders zijn; praktisch is de eisch dus onmogelijk. Principieel bestond er bovendien het bezwaar tegen, dat hij het dwergbedrijf bevorderde en de bedrijfskoncentratie tegenging. De kommissie is op al deze punten eenstemmig."

Wij echter voegen er bij: vier jaar te voren was door Gorter hetzelfde reeds gezegd, — en nog, nadat uit deze samenvatting van het oordeel der kommissie dat hem ten volle gelijk gaf, de onhoudbaarheid van de tegenovergestelde meeningen nogmaals was gebleken, heeft ^Troelstra de absolute politieke onbekwaamheid van zijne „belagers" ook uit de geschiedenis der agrarische geschillen willen bewijzen. Evenals op het Utrechtsche Kongres van 1901, waar hij het voorstel „Naarden—Bussum" als een dogmatisch prul verre van zich wierp; evenals in zijn artikelen van Juli '05, waar hij de bemoeiing van Gorter c. s. met praktische zaken „bierbank-politiek" heette, heeft hij den overmoed in zijne brochure te smalen op hun „gebrek aan kennis" enz., en te beweren dat „uit het verdere verloop der

Sluiten