Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

agrarische kwestie gebleken is", „hoe juist" hij, Troelstra, „gezien heeft." (bl. 17.)

Gorter heeft nooit beweerd dat deze kwestie op zich zelf gemakkelijk was optelossen, maar dit alleen van de twee bekende geschilpunten gezegd. En als de bijzondere studiekommissie eenparig tot de slotsom komt die Gorter vier jaar vroeger voorstelde, zonder overigens zich ooit voor een landbouwspecialiteit uittegeven, dan mag men toch als bewezen aannemen dat hij op dit punt juiste en klare inzichten heeft gehad, en dat zijn stelsel even „eenvoudig" was als het zooeven overgenomen woord van den rapporteur. Behalve over de pachtkommissies, is in Den Haag nog gesproken over de koncentratie in den landbouw. Vooral dit laatste is geen gemakkelijk of eenvoudig onderwerp. Hiermee hing samen een kommissie-voorstel om het beginselprogram in dien zin te wijzigen, dat een volkomen gelijken ontwikkelingsgang bij industrie en landbouw er niet uit gelezen zou kunnen worden. Zij wilde voortaan doen spreken van een kapitaalssamentrekking „althans" bij de industrie. Echter werd aangevoerd dat zulk een gedeeltelijke herziening aan de eenheid van het program zou kunnen schaden, zoodat een motie van Vliegen, de wenschelijkheid van programherziening „op enkele punten" uitsprekende, zonder hoofdelijke stemming door de vergadering werd aangenomen. Doch zoowel de vraag hoe de beweging in den landbouw aanteduiden is, als de vraag of kommissies tot vaststelling van pachtsommen uit socialistisch oogpunt aanbeveling verdienen, betrof den eigenlijken agrarischen strijd in de S. D. A. P. geenszins, die ruim een jaar vóór het Haagsche kongres, in Februari 1904, na de verschijning van het hier behandelde kommissierapport, op een voor de „Marxistische" richting geheel bevredigende wijze was uitgestreden.

Zoover we ons herinneren, is daarop later door niemand onzer de nadruk gelegd, doch nu ongeveer het tegendeel in Troelstra's brochure te lezen staat, was het noodig ook deze verbetering te geven. Nog niet zoozeer om het feit zelf, als om de middelen te doen kennen waarmee men ons beoorloogt.

Sluiten