Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arbeiders, kameraden, het gaat goed zoo.

Men kan het hooren groeien . .

In het vorig No. (1 Febr.) had Troelstra nog veel meer bepaald besproken en reeds de arbeidersgroepen genoemd die de aanvallende politieke werkstaking hoofdzakelijk te voeren hadden:

„In ons land", besluit hij zijn artikel „De Leeuw toont zijn klauw!", waar handel en verkeer de hoofdzaak vormen, moeten het de transportarbeiders zijn, die den kern der arbeidersbeweging vormen. Zij kunnen, als zij goed ingelicht en goed georganiseerd zijn, het kapitalisme in Nederland treffen in zijn Achilleshiel. Zij kunnen Regeering en wetgeving dwingen, de eischen der arbeiders op politiek en ekonomisch gebied te vervullen, indien ze slechts zooveel inzicht hebben, om hun krachtige organisatie zoo noodig dienstbaar te stellen aan de algemeene beweging.

Als zij het willen, hebben wij binnen enkele jaren het algemeen kiesrecht, als zij daarvoor blind zijn, verkrijgen wij het niet.

Maar ook bovendien is het voor de arbeidersklasse een heerlijk en bemoedigend feit: dat kloeke, beleidvolle, indrukwekkende optreden dezer mannen — deze Leeuw, die zijn klauwen toont."

Waarlijk — Oudegeest had geen ongelijk met op het Enschedeesche kongres te zeggen dat de krasse houding van de spoorwegorganisatie tegen de geruchten van booze plannen der regeering en de ophitserijen der burgerlijke pers aangenomen, mede door de artikelen van Troelstra in het Volk was geinspireerd.

Niet alleen verder heeft Troelstra, namens het P. B. der S. D. A. P. het besluit van 20 Februari voorgesteld, hij heeft ook in zijn artikel van 21 Febr. (Volk van 22 Febr.) de lezers opgewekt volgens dit besluit te handelen.

„Wij roepen hen (de arbeiders) op, zoodra hunne organisatie de werkstaking proklameert, als één man den arbeid neer te leggen.*'

Zoo eindigde de redakteur zijn artikel waarin van den uitslag der genoemde bijeenkomst bericht werd gegeven. Hij had ook in de meest ondubbelzinnige woorden het voornemen der spoorweg- en transport-arbeiders nader omschreven: (wij onderstreepem

„ . . . ditmaal barstte (de klassenstrijd) opeens uit in den meest scherpen vorm dien hij kan aannemen: een deel deiarbeiders, de rechten die zij in den strijd voor en met hunne organisatie noodïg hebben bedreigd ziende door een aanranding daarvan door de Regeering, leggen ter afwering daarvan hunne taak in het arbeidsproces neer."

De arbeiders zeggen hier tot de kapitalistische klasse, schrijft Troelstra, „thans, nu gij u gereed maakt, ons de vrije beschikking over onze arbeidskracht met dwang van straf en geweld te ontnemen, zullen wij zelfs den honger trotseeren, om althans het eigendomsrecht op ons eigen lijf onverkort te hand-

Sluiten