Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Troelstra's Argumenten.

II.

Troelstra had zijne redenen om zich tegen de staking te verklaren waartoe hij te voren de arbeiders, zoo bepaalde omstandigheden zich zouden voordoen, had opgeroepen. Wy komen op die redenen straks terug.

De bedoeling was volgens Troelstra, de regeering te bedreigen met ekonomische stakingen, nu zij wist „dat voor een algemeene politieke werkstaking een groot deel der arbeiders niet te vinden zou zijn." Zij, de regeering, bedoelde hij

„nog tot toegeven te bewegen door 't uitzicht op een reeks stakingen voor economische eischen, n.1. van de spoorweg-arbeiders, die met een beroep op de dreigende verkorting of ontneming van het stakingsrecht, werden gemotiveerd en waartegen niet de ideologische en politieke motieven konden worden aangevoerd, waarmede de Christelijke arbeiders van de politieke staking afkeerig waren gemaakt." (bl 44).

Ziehier, dus, de verklaring van het aanbevelen der ekonomische stakingen, nu gebleken was dat de kansen voor een politieke sterk waren verminderd. Dit laatste — waarover aanstonds nader — wist het partijbestuur, wist het komitee, zonder dat dit echter in de houding van deze lichamen verandering had gebracht. Zonder twijfel kon hierin een afdoende reden gezien worden om de politieke staking — mits op de goede manier, niet met een enkel artikel in een kourant — van de baan te schuiven. Maar wat Troelstra eensklaps voor had, was volkomen onbegrijpelijk. Toen later de verklaring kwam : de toenemende verzwakking van de organisatie der spoorwegarbeiders, werd de zaak niet beter En nog vraagt men zich af hoe een ernstig man, in de gegeven omstandigheden, kon verwachten dat de regeering zich zou laten dwingen door de bedreiging met ekonomische stakingen, nu het voor haar zoo zeker was dat de politieke staking zou mislukken ? Alsof, in de gegeven omstandigheden, het sukces van een werkstaking, en althans van een spoorwegstaking, zou afhangen van de leus, het doel waarmee en waaronder ze werd begonnen! Alsof de klerikale en „orde"-bonden niet met precies dezelfde beslistheid hunne onderkruiperstatiek tegen een staking voor loon of werktijd zouden hebben gebruikt als tegen een staking kontra de dwangwetten ?

De diplomatische wending dat zij nu moesten zeggen: wij staken niet om de regeering te dwingen, wij willen alleen nog voor het laatst even staken om de maatschappijen te dwingen,

„het aan de ontwikkeling der daaruit voortvloeiende feiten zelve overlatende in hoeverre daaruit voor de Regeering een zijdelingsche drang kan voortvloeien, om toch eindelijk eens het verlossende woord te spreken, dat hier de lucht zou zuiveren." (art.

Wat Nu ? brochure blz. 46)

deze diplomatische wending zou aan de ondermijnde perso-

Sluiten