Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een oproeg tot staking, om op die manier de Kamer te overtuigen van den ernst van den toestand, door aanneming van een dwangwet tegen het spoorwegpersoneel teweeg gebracht, volkomen wettig is. Ook is 'tons niet bekend, dat het guan van eenige honderden spoorwegarbeiders naar Den Haag, naar de Residentie, om daar een betooging voor hun bedreigd vereenigingsrecht te houden, onwettig zou zijn" (bl. 39)

De lezer ziet wat hier de kwestie is: of een voorgenomen daad van de spoorwegarbeiders al dan niet wettig was. Troelstra had de wettigheid te bewijzen, en maakte toen voor de eerste maar niet voor de laatste keer in deze geschiedenis gebruik van een diplomatische wending door een aangekondigden dwangmaatregel voortestellen als een poging „om de regeering te overtuigen van den ernst van den toestand" — alsof' daar iemand aan twijfelde en alsof niet juist de regeering hard bezig was den toestand zoo ernstig mogelijk te maken!

Het volgende was gebeurd.

Door het Hoofdbestuur der „Nederl. Vereeniging van Spoor en Tramwegpersoneel" was 5 Februari een extra-nummer van hun orgaan uitgegeven waarin „alle afdeelingen en korrespondentschappen werden aangemaand om zich gereed te maken, oogenblikkelijk den arbeid neer te leggen, zoodra er bericht komt van het Hoofdbestuur". Verder las men:

„In de allereerste plaats geldt dit voor het spoor- en tramwegpersoneel te Den Haag, terwijl de personeelen van de lijn Haarlem—Rotterdam en Gouda—Den Haag zich gereed moeten houden op de eerste aanmaning naar den Haag te vertrekken.

Deze maatregelen dienen om te voorkomen, dat de volksvertegenwoordiging een wet aanneemt, waarbij ons het recht tot staken wordt ontnomen."

Wij lezen hierin wat wel ieder spoorwegman hierin gelezen heeft: tegen een anti-stakingswet zal gestaakt worden, „allereerst" door het spoorwegverkeer om Den Haag stil te leggen, terwijl in dat geval bovendien als een extra-demonstratie de bedoelde personeelen worden uitgenoodigd in die stad, zetel van regeering en volksvertegenwoordiging, een bijeenkomst te houden.

De kapitalistische bladen, van den eersten schrik bekomen die sommigen hunner vele vriendelijke en welwillende betuigingen tot de stakers van 30 Januari had doen richten, riepen sedert eenige dagen luide om uitzonderingswetten tegen het spoorwegpersoneel. De oproeping van het hoofdbestuur der bedreigde organisatie was een antwoord. Van hun kant ontvingen de burgerlijke organen hiermee nieuwe stof. De „NieuweCourant-' deed een beroep op art. 121 van het Strafwetboek, gericht tegen hem die „door geweld of bedreiging met geweld eene vergadering . . . der Staten-Generaal .f. tot het nemen of niet nemen van eenig besluit dwingt . . ." In jwaats van te repliceeren dat dit artikel alleen dwang door geweld of bedreiging met geweld strafbaar stelt, maar niet den dwang die door op zich zelf volkomen wettelijke handelingen als werkstaking wordt uitgeoefend, maakte de redakteur van het Volk de in dit geval onbruikbaar-spitsvondige

Sluiten