Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesmeten werd door de gebeurtenissen, aan welke jhij evenmin leiding geven als zich onttrekken kon. Opmerkelijk is hier de positieve mededeeling van den sekretaris der kommissie dat de ongunstige uitslag van het referendum onder de spoorwegarbeiders het artikel van 10 Maart „verklaren" moet, waarin verzekerd werd, dat de zaak zeer goed stond.

Wij hebben allereerst aan deze aanhalingen uit het kongresverslag van 1903 een plaats gegeven, om te doen zien dat de N. Tijcl-groep volstrekt niet alleen stond met haar afkeurend oordeel. Wij zullen nu nagaan wat Troelstra tegen haar houding intebrengen heeft.

Troelstra begint met een verwijt waarvoor o. i. geen enkele goede grond aanwezig is. — De lezers zullen zich herinneren dat het buitgewone van de beweging in die dagen vooral hierin gelegen was dat de politieke en ekonomische aktie voor het eerst sedert vele jaren thans gericht werd op hetzelfde doel: de afwering van de dwangwetten. M. a w.: de vakvereenigingen en de sociaaldemokratie werkten samen, zoowel het Nationaal Arbeiderssekretariaat als de S. D. A. P. waren in het Komitee van Verweer vertegenwoordigd.

Bij meer dan een gelegenheid hebben onze propagandisten met groote ingenomenheid over de althans tijdelijk verkregen eenheid gesproken. Zij is voor beide groepen van de organisatie deiarbeidersklasse onontbeerlijk, ze versterkt hare krachten, ze verheldert haar inzicht. — Welken uitleg nu geeft Troelstra aan eenige woorden van „Marxisten"? — den meest willekeurigen en kleingeestigsten. den meest onwaren ook, dien men zich denken kan. Volgens hem zouden wij de toenadering van „anarchisten" vooral begroet hebben als de belofte van een middel om den invloed van hem, Troelstra, in onze Partij te verminderen. . . Hij schrijft:

„Reeds in den aanvang bleek het, dat de beweging van die zijde werd beschouwd als een welkom middel, om de „politieke politiek", de uitwissching der grenzen tusschen onze en de kleinburgerlijke politiek, het „opportunisme" en de overschatting der parlementaire politiek tegen te gaan. De arbeiders der vakbeweging, die nog steeds de prooi zijn van het anarchisme, werden als de eigenlijke proletarische massa beschouwd; dat zij niet tot ons zijn gekomen, was vooral de schuld onzer politici; kwamen deze elementen door het revolutionaire optreden onzer Partij bij die gelegenheid tot ons, dan zou met hunne hulp datgene, wat de N. Nijd-groep vooral in mijn optreden steeds bestreden had, overwonnen worden en de Partij, gelouterd en uitgebreid, in de massa geworteld, uit de asch van dezen revolutionairen brand te voorschijn komen." (blz. 48).

Wat deze laatste verwachting betreft, zoover inderdaad sedert dien het wantrouwen van vele vakvereenigingsmannen gebroken is, kan men zeggen dat ze niet beschaamd is geworden. Trouwens in een reeds meegedeelde plaats, heeft niemand anders dan Troelstra zelf haar in het Volk, met de nu spottend bedoelde woorden bijna, tijdens den strijd uitgesproken, lil het No. van 27 Februari voorspelde de redakteur;

Sluiten