Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. HOOFDSTUK.

Het aftreden van Troelstra als Hoofdredakteur van „Het Volk".

I.

De Valsche Beschuldiging.

In zijne artikelen die den inwendigen partijstrijd heropenden, Juli 1905, is de voornaamste beschuldiging door Troelsta tegen de leden van de „N. Tijd-groep" uitgeproken deze: dat zij hem gedwongen hebben het redakteurschap van Het Volk optegeven. Troelstra herhaalt die beschuldiging eenige malen in zijn brochure over „Partijleiding," zich verwonderende over onze ontkenning. Zoo b.v. op bl. 5:

„De bewering in mijne artikelen van den laatsten tijd geuit, dat mijn bedanken in 1903 voor de hoofdredactie van „Het Volk" een gevolg is geweest van de tegenwerking, die ik als zoodanig heb ondervonden van de partijgenooten, die zich hebben geschaard in en om de redaktie van „De Nieuwe Tijd," heeft stellige tegenspraak van die zijde uitgelokt. Van der Goes betitelde haar als een legende...."

Wij zullen aanstonds zeggen waarom wij dezen naam nog de zachtste „betiteling" achten, doch eerst iets over de beteekenis der beschuldiging.

Troelstra verwondert er zich over dat wy zijn bewering als een beschuldiging opvatten. Hij wil onze „goede bedoeling" erkennen. Hij neemt aan dat wij alleen in het belang der partij hebben gehandeld. Maar met dat al hebben wij hem „aangevallenen tegengewerkt." Wij hebben hem „steeds doen leven in een atmosfeer van wantrouwen," hem „den arbeid aan het blad tot een kwelling gemaakt''; door onze „verkeerde uitlegging zy ner motieven zijn kracht naar buiten verzwakt." Bovendien hebben wij hem de van hem geeischte „leiding" onmogelijk gemaakt, „door zelfs in de meest kritieke momenten daartegen de (onze) te stellen en de arbeiders tegen hem in het geweer te willen brengen"... (bl. 60—62) En zulke dingen onophoudelijk herhaald, bestemd voor personen van wie de meesten de stukken niet bij de hand hebben om het gezegde te kontroleeren, zulke dingen zouden wij niet als beschuldigingen moeten opvatten, zouden niet als beschuldigingen zijn bedoeld? Op meer dan een plaats, bovendien, beweert Troelstra

Sluiten