Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te stellen als wij om er aan te voldoen. Kandidaten voor de redaktie worden niet door partikuliere leden aangewezen, maar door het bestuur of door afdeelingen van de Partij. Doch in het stelsel van Troelstra die het hoofdredakteurschap meer beschouwt als een machtsmiddel, dat rechten heeft, dan als een vertrouwenspost die plichten oplegt, was dit verlangen volkomen logisch : zoo strijden in een parlement van de kapitalistische maatschappij de burgerlijke partijen om de regeering gelijk Troelstra „de strijd om de leiding" gevoerd wil hebben in de Arbeiderspartij.

Schrijver dezes heeft in het Volk de redaktie van partijgenoot Tak aanbevolen en in overweging gegeven vaste, aan de Partij verantwoordelijke medewerkers te benoemen daarbij in de eerste plaats denkende, gelijk hij ook in zijn antwoord aan Troelstra geschreven had, aan dezen oud-redakteur. Dit is ook de strekking van een artikel van A. Pannekoek. Troelstra bouwt op deze stukken en op een onjuiste voorstelling van hetgeen door Gorter in de afd. Bussum gesproken was, de bewering dat „de kampagne voor de redaktieTak in een kampagne tegen de redaktie-Troelstra werd omgezet"! In zijn opvatting weer volkomen logisch: toen wij! de Partij op de goede kanten van een redaktie die niet de zijne was attent maakten, gebeurde dit met de bedoeling om de gebreken van Troelstra te doen uitkomen. . . Dat men volkomen ernstig en te goeder trouw een bepaald persoon voor eenige funktie beter geschikt kan achten, schijnt hem ondenkbaar. Ondenkbaar ook dat deze meening geen vijandschap behoeft te zijn, gepaard kan gaan met groote waardeering van zijn arbeid op ander terrein. Doch zoo is het geheele gedeelte in Troelstra's brochure overj de beraadslaging in Den Haag geschreven. Het doel van de afgevaardigden die Tak wilden behoudeu, was niet zijn goede eigenschappen voor de redaktie van het orgaan te behouden : maar was enkel Troelstra te weren. En dit niet omdat men zijn minder goede eigenschappen nadeelig achte voor het orgaan: maar omdat men hem persoonlijk de machtspositie „niet gunde."

Zonder deze verklaring zijn deze bladzijden niet te begrijpen. — Verscheidene sprekers, vertegenwoordigers van afdeelingen die tezamen de redaktie hebben te beoordeelen en te benoemen, zeggen hun meening over den fungeerenden hoofdredakteur, en sommigen vergelijken zijn geschiktheid voor dit ambt met die van den vorigen. Wat is natuurlijker en meer geoorloofd dan dit? Er werden geen persoonlijke beleedigingen uitgesproken, de diskussie bleef bij het onderwerp: de redaktie van Het Volk. — Troelstra neemt nu stuk voor stuk het door de sprekers gezegde onderhanden om de bespottelijkheid van de meeningen en de kwade gezindheid jegens hem van de personen aantetoonen . . . zonder blijkbaar ook maar een oogenblik bedacht te hebben dat toch wel iets waars en iets zakelijks kon steken in de woorden van kongresleden die daar zaten als vertrouwenslieden hunner afdeelingen, en dat de eerste plicht van partij beambten toch zeker is het gevoelen van partijleden met eenige bescheidenheid te bejegenen. De gehoorde meeningen waren nadeelig voor Troelstrs» maar geen oogenblik heeft hij zich afgevraagd of,

Sluiten