Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had er vast op gerekend redakteur te worden. Het partijbestuur zou zijn kandidatuur stellen; Tak, aftredend redakteur, haar aanbevelen. Door aan een en ander geen bekendheid te geven had men de tegenstanders dier kandidatuur in een moeilijk parket gebracht, waaraan zij niets konden veranderen. Doch afgezien van dit alles, en de vraag wie voor den onzuiveren toestand verantwoordelijk is geweest, of welke personen zich hierover het meest te beklagen hebben gehad daarlatende, is op het kongres van Den Haag, wat de zaken betreft, niets anders gebeurd dan dat de afgevaardigden plichtmatig hebben beraadslaagd over de vervulling van een post die alleen zij te begeven hadden, en die nooit een bal moet worden welke leidende groepen of personen elkaar toewerpen, opdringen of betwisten.

III

Het begin der vijandelijkheden.

Verscheidene sprekers op het kongres van 1905, die dehoofdredaktie aan partijgenoot Tak wilden laten, zonder daarom de groote waarde van Troelstra's bijdragen te miskennen, hadden bij hem aangedrongen op zijn medewerking. Zonder twijfel was het de wensch en de verwachting van de vergadering dat men, naast Tak, ook Troelstra voortaan in het partijblad zou ontmoeten. Spoedig na het kongres verscheen een artikel van den redakteur waarin hij zeide van de verlangde medewerking ongeveer zeker te zijn, toegevende dat o.a. hij „drommels onbillijk tegen Troelstra" was geweest, schoon het „toch niet zijn bedoeling was om ook maar even onaangename kritiek uit te oefenen op onzen voorman in de Partij.''

„Ik weet, ging Tak voort, daarvoor te goed wat hij gedaan heeft, doet en doen zal voor onze zaak. Als ik met hem een enkele maal van meening verschil, dan heb ik alle aanleiding om nog eens een paar keer goed te overwegen of ik zelf de zaak ook wel behoorlijk heb doorgedacht," enz. (No. van 28 April 1905).

Troelstra stuurde eerst een koel briefje dat het zoo ver nog niet was, cn een dag of tien later een artikel waarin hij op de vriendelijke uitnoodiging van Tak antwoordde met een trap, die niet de laatste was welken hij dezen partijgenoot ter zake van de inwendige partij geschillen zou toedienen. Gelijk wij zagen had Troelstra in dien aandrang de taktiek gezien om hem „als hoofdredakteur voor goed onmogelijk te maken", en hij bleef in zijn stelsel toen hij op zijn beurt de taktiek volgde die, door de medewerking te weigeren, zijn afwezigheid sterker moest doen gevoelen.

Ziehier den geheelen brief, afgedrukt in het Volk van 9 Mei.

Sluiten