Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een brief van Troelstra."

Aan de Partijgenooten.

Nu de termijn is verstreken, die ik mij had gesteld ter overweging van de vraag, of ik op de wijze als men dat op het Kongres verlangde, als vast medewerker aan Het Volk zal optreden, wensch ik mijn besluit aan de Partij mede te deelen.

Het is met groot leedwezen, dat ik verklaren moet, niet aan dat verlangen te zullen voldoen.

Ik kan het niet, omdat de hoofdredakteur zelf den arbeid, dien de Partij van mij eischt, als minderwaardig, ja eigenlijk overtollig, heeft voorgesteld. Hij heeft mij daardoor de opgewektheid ontnomen, noodig om datgene te leveren, wat ik steeds heb beschouwd als een uiting van het beste in mij; van de kracht, die mij 15 jaren lang onder de grootste moeilijkheden in den strijd heeft staande gehouden — en wat mij heilig is.

Ik ml het niet, omdat men mij op het Kongres op onhebbelijke wijze, zonder eenige noodzaak en terwijl ik mij niet kon verdedigen, in hetgeen ik vroeger voor het blad deed, heeft miskend, zonder dat daartegen door den Voorzitter van het Kongres, den hoofdredakteur of door het Kongres werd gewaakt of geprotesteerd. Bovendien heeft men over mijn tijd en talenten beschikt, zonder mij zelf te vragen, of ik daarmee genoegen nam; alleen werd er terloops gezegd, dat Troelstra „moest" en „moest willen." Nu anderen niet tegen die aanranding mijner persoonlijkheid zijn opgekomen, dien ik mij zelf daartegen te verweren en ik kan dat niet anders doen dan door te weigeren mij te laten gebruiken voor datgene, wat anderen, buiten mij om, over mij hebben besloten.

Ik mag het ook niet doen, daar het Kongres feitelijk, zonder de draagwijdte ervan te beseffen, zonder opdracht ook van de Partij, een beslissing omtrent de redaktie heeft genomen, waardoor de bestemming van ons orgaan totaal wordt veranderd. Een soc. dem. dagblad, dat slechts voor intellektueelen enintellektueel ontwikkelde arbeiders geschreven wordt, is voor mij een onding. Ik acht mij niet gerechtigd, door mijne medewerking de verantwoordelijkheid mede te aanvaarden voor een toestand, waarbij die opvatting overheerscht.

Natuurlijk zou ik dit alles nader kunnen en moeten motiveeren; maar hoe belangrijk deze kwestie voor de Partij en voor mij ook moge zijn, er is op dit oogenblik een andere, veel belangrijker zaak aan de orde: onze strijd bij de verkiezingen.

Deze strijd dient thans al onze krachten in beslag te nemen; daarvoor moet op dit oogenblik de redaktiekwestie wijken.

Om die reden beperk ik mij thans tot dit korte woord, mij voorbehoudende, om op een meer geschikt tijdstip, in elk geval tijdig vóór het volgend kongres, een en ander nader uiteen te

7

Sluiten