Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Na het Utrechtsche Kongres (1906).

Tot zoover was de kopie van deze brochure gereed toen het partijkongres 1907 te Haarlem (31 Maart, 1 en 2 April) bijeenkwam ('). Deze vergadering was afgewacht om de laatste paragaaf te schrijven, aangezien zich gebeurtenissen konden voordoen welke op de partijgeschiedenis van het afgeloopen jaar (1906—7) een licht wierpen dat bij de samenstelling van dit slot te pas kon komen.

Na het besluit tijdens het kongres door den schrijver en zijne vrienden genomen om slechts een beperkt aantal exemplaren te doen drukken, ter overhandiging aan de leden van de partijorganen en aan eenige partijgenooten bij de geschillen in de Partij hoofdzakelijk betrokken, na dit besluit meent de schrijver te kunnen volstaan met den voorgenomen inhoud van het laatste gedeelte in enkele volzinnen samentevatten. Te meer is dit mogelijk omdat het handelt over recente en bekende zaken.

Wat sedert Utrecht geschied is, bevestigt, meenen we, onze opvatting van de motie gericht tegen de „N. Tijd-groep":

dat de leiders van de meerderheid zich hiermee een uitspraak „van de Partij" hebben verschaft tegen de marxistische richting, waardoor de diskussie van het gebied van het zakelijke ieder oogenblik op het persoonlijke terrein kan worden overgebracht, en de overwinning reeds vooruit in handen is van die groep welke met persoonlijke argumenten het beste is vertrouwd.

Onmiddelijk na het kongres schreef Troelstra in het Fottdat, mocht Gorter weer iets zeggen over toenadering tot burgerlijke demokraten, dooi- de Motie aan die bewering „de angel zou zijn uitgetrokken". Dit bevestigt volkomen hetgeen door ons over de bedoeling van het voorstel is gezegd. Wij beschouwen het als een beperking van de vrijheid van kritiek, wanneer een zakelijke opmerking als b.v. door Troelstra in zijn Kerstrede van 1006 te Amsterdam gemaakt over de richting van de denkbeelden door Vliegen in den laatsten tijd uitgesproken, als van tevoren door een kongresmotie krachteloos gemaakt of zelfs verboden wordt. Het moet ieder vrijstaan een meening uittespreken over de vraag of iets al dan niet met zijne opvatting van het socialisme overeenkomt. Doch de Utrechtsche motie moest de revisionisten in staat stellen zonder nader bewijs, zonder dat iedere zakelijke

(1) Tot vermijding van misverstand wordt hier nog aangeteekend dat het eerste voornemen was de brochure begin Februari te doen verschijnen. Toen het bleek dat door een bijzondere verhindering van den schrijver dit niet mogelijk zou zgn, werd besloten tot uitstel na het kongres van dit jaar.

Sluiten