Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

In November a. p. van de Gebroeders van Cleef bericht ontvangen hebbende dat de tweede druk van mijn „Krijgsgebruiken in den Oorlog te land en de Rechten der Neutralen" nagenoeg was uitverkocht, bleek het mij spoedig dat de belangrijke gebeurtenissen der laatste jaren: de Chineesch•Japansche oorlog van 18^4, die van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika tegen Spanje in 1898 en niet het minst de Haagsche Vredes-Conferentie van 1899 en de sedert uitgebroken oorlog van Groot-Britannië tegen de Zuid-Afrikaansche Republieken, een nieuw en anders ingericht werk onvermijdelijk hadden doen worden.

Zeer veel van hetgeen vroeger onder krijgsgebruiken moest worden gerangschikt is thans conventioneel recht geworden.

Het scheen mij een eerste vereischte scherp aftescheiden hetgeen bij verdrag is overeengekomen en hetgeen vooralsnog niet als een zoo positief vaststaande regel kan worden aangemerkt en dus nog tot het gewoonterecht behoort.

Wijders wilde het mij toeschijnen dat over verschillende politieke toestanden, nauw met het oorlogsrecht verwant en dikwerf tot oorlog hebbende geleid, als suzereiniteit, protec-

Sluiten