Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engeland dat de pogingen van Koning Leopold van België om in het Congo-gebied een krachtige handelmaatschappij te stichten, met wantrouwen gadesloeg, te meer daar zij den zedelijken steun van Duitschland hadden, was daarvoor beter te vinden. Wist Portugal zich, door Engelands toedoen, op beide oevers aan den Congo-mond te handhaven, dan zou Engeland wel zorgen daarvan de vruchten te plukken. Alzoo teekende het 26 Februari 1884 een verdrag met Portugal, waarbij het diens Souvereiniteit van den 8sten tot 5° 12' Z.B. langs de kust van den Atlantischen Oceaan erkende. Daarentegen mocht Portugal in 't Oosten niet verder komen dan het Nyassameer. Door de publieke opinie en de pers werd dit verdrag zoo ongunstig ontvangen dat, toen Koning Leopold daartegen, zoowel van Frankrijk als van Duitschland, een gemotiveerd protest wist te verkrijgen, Lord Granville toegaf en 2t> Juni verklaarde dat hij van de ratificatie van het verdrag afzag en zich vereenigde met het denkbeeld waarvoor vele schrijvers, o.a. de heer Gustave Moynier en het „Institut de droit international" hadden geijverd en dat door Prins Bismarck was voorgesteld, nm. om in eene internationale Conferentie de geheele Congo-zaak en alle hangende kwestiën te bespreken.

Deze Conferentie had in den winter van 1884 op 1885 te Berlijn plaats.

„Willende" — zoo luidt de considerans van de merkwaardige akte - „in een geest van wederzijdsche goede verstandhouding de meest gunstige voorwaarden regelen voor de ontwikkeling en de beschaving in zekere streken van Afrika en aan alle volken de voordeelen verzekeren der vrije scheepvaart op de twee voornaamste Afrikaansche stroomen, die in den Atlantischen Oceaan uitloopen; anderzijds wenschende de misverstanden en geschillen te voorkomen, welke, in de toekomst, de nieuwe inbezitnemingen op de kusten van Afrika zouden kunnen teweeg brengen en te gelijker tijd bezorgd voor de middelen om het zedelijk en stoffelijk welzijn der inlandsche bevolking te vermeerderen, hebben besloten" enz.

Ten aanzien van „nieuwe inbezitnemingen" en buitverdee-

Sluiten