Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,, Eenparig was vastgesteld geworden, dat de vorderingen der beschaving tot gevolg moeten hebben de rampen van den oorlog zooveel mogelijk te verminderen, en dat het eenig rechtmatig doel, dat de Staten zich gedurende den oorlog moeten voorstellen, is den vijand te verzwakken, zonder hem noodeloos lijden op te leggen.

., Deze beginselen hebben toen eene algemeene goedkeuring verworven. Thans vereenigt zich de Conferentie, terwijl zij zich op denzelfden weg handhaaft, met de overtuiging, door de regeering van Z. M. den Keizer van Rusland uitgesproken, dat er eene schrede meer is te doen door de algemeene wetten en gebruiken van den oorlog te herzien, hetzij om ze met meer juistheid te bepalen, hetzij om er in gemeen overleg zekere grenzen voor af te bakenen, ten einde er zoo veel mogelijk de gestrengheid van te matigen.

„ De oorlog, dusdanig geregeld, zou minder jammeren met zich voeren, minder blootstaan om in hevigheid toe te nemen. voor de onzekerheid, het onverwachte en de door den strijd opgezweepte hartstochten; hij zou zekerder leiden tot het einddoel, namelijk de hervatting der goede betrekkingen en een meer duurzamen vrede tusschen de oorlogvoerende Staten.

.. De Conferentie heeft geloofd aan deze denkbeelden van humaniteit niet beter te kunnen beantwoorden, dan zich er evenzeer mede te bezielen bij het onderzoek van het voorstel, dat aan hare beraadslagingen is onderworpen. De wijzigingen, welke er in zijn aangebracht, de commentaren, reserves en afzonderlijke raadgevingen, die de gedelegeerden volgens de instructiën en de bijzondere gezichtspunten van hunne regeeringen of volgens hun persoonlijk gevoelen in de protocollen hebben vermeend te moeten voegen, vormen het geheel van haren arbeid. Zij gelooft die te kunnen aanbieden aan de verschillende regeeringen, waaraan zij haar mandaat ontleent, als een zorgvuldig onderzoek , dat tot grondslag kan strekken tot eene nadere gedachtenwisseling en eene uitbreiding van de bepalingen der Conventie van Genève van 1864 en van de verklaring van St.-Petersburg van 1868. Aan haar om te beoordeelen wat van dien arbeid het onderwerp zal kunnen worden van eene overeenkomst en wat een nader onderzoek vereischt.

., De Conferentie uit, ten slotte, de overtuiging, dat hare debatten in elk geval licht zullen hebben geworpen op deze belangrijke vraagpunten, waarvan de regeling, als gevolg van eene algemeene overeenstemming, eene wezenlijke vordering voor de menschheid zou zijn."

Gedaan te Brussel, 27 Augustus 1874.

Volgen de handteekeningen.

4

Sluiten