Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hollandsche Republieken en liet vast bewustzijn dat GrootBritannië liet ook op de onafhankelijkheid van dien Staat had gemunt.

Beide partijen beschouwen het recht harer zaak gewoonlijk van een verschillend standpunt; vandaar dat elke paitij haie reden tot oorlog rechtmatig kan beschouwen.

Ook de beoordeeling van hetgeen eene al of niet gerechtvaardigde belemmering is, of welke ontwikkeling al dan niet noodzakelijk schijnt, kan verschillend wezen.

De manifesten en toespraken tot de volken en de diplomatieke nota's, die bij het uitbreken van den oorlog meesttijds door de in den strijd betrokken Regeeringen en Vorsten worden uitgevaardigd, bewijzen de noodzakelijkheid die gevoeld wordt, om de redenen tot oorlog, al zijn zij het niet in werkelijkheid, wettig te doen schijnen.

Het doel van den oorlog wordt door de oorzaak tot den krijg slechts ten deele bepaald. Met de opofferingen, die de oorlog kost, en de gevaren, die er door zijn ontstaan, kunnen ook rechtens de vorderingen stijgen.

Het oorlogsrecht is even geldend bij onrechtmatige als bij rechtvaardige oorlogen.

Geschiedde dit niet, dan zouden, omdat gewoonlijk een der partijen gelooft dat de andere in het onrecht is, de oorlogen iil£j6iïi66n hun vroogGi* \vr66ilcicircli£ ka.r3.kt6r cumnomcn.

12. Middelen om den oorlog te voorkomen. Tot oorlog mag rechtens niet worden overgegaan, dan wanneer alle middelen om dien te voorkomen en op vredelievende wijze het geschil te doen eindigen, vergeefs zijn uitgeput, tenzij het trachten naar een minnelijk vergelijk, door het daaraan verbonden tijdverlies, gevaarlijk zou worden voor de veiligheid of de integriteit van den Staat.

(Oostenrijk in 1859.)

De bedoelde middelen zijn van tweeërlei aard:

I. middelen tot vreedzame beslechting van geschillen; II. dwangmiddelen.

Sluiten