Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blokkade van China.

Behalve enkele vredes-blokkades van minder belang, welke in 1862, 1879 en 1880 plaats hadden, verdient die van de Chineesche havens, welke door den Franschen Admiraal Cour bet geschiedde, vermelding. Deze verklaarde den 20ste»October 1884 alle havens en reeden van China, van een bepaald punt van Formosa af gerekend, geblokkeerd. Engeland, wiens belang niet meebracht dat Frankrijk in China overwegenden invloed verkreeg, protesteerde tegen de wijze van blokkade, bewerende dat de maritieme middelen van Frankrijk aldaar niet voldoende waren om de blokkade effectief te doen zijn. Frankrijk's standpunt was, dat het beginsel van de Verklaring van Parijs van 1856 niet op een Vredes-blokkade betrekking had en dus hier niet van toepassing was. Het belang van Frankrijk bracht namelijk mede niet in oorlogstoestand met China te geraken, omdat het daar in die ver afgelegen Oostersche wateren geen kolenstations had of gelegenheid om zich in eigen havens te approviandeeren en dat de havens van Engeland en van andere vreemde Staten, zoodra er oorlogstoestand bestond, als neutrale, voor zijn schepen gesloten zouden zijn tot oorlogsdoeleinden. Engeland weigerde echter de blokkade als eene in vrede te beschouwen en hield staande dat Frankrijk, met het oog op de omstandigheden een wezenlijken oorlog voerde en niet gelijktijdig rechten kon doen gelden, waarvan eenige alleen voor den oorlogs- en andere alleen voor den vredestoestand van toepassing waren.

Blokkade van Griekenland.

In 1886 werd Griekenland opnieuw geblokkeerd, door oorlogsschepen van alle Groote Mogendheden te zamen, met uitzondering van Frankrijk.

Die dwangmaatregel stond in verband met de omwenteling, welke in September 1885 in Oost-Roemelië was uitgebroken en rnet de mobilisatie van het Bulgaarsche leger, welke daarvan het gevolg was.

De prikkelbare gemoederen der Grieken kwamen er door in heftige beweging. Óok de Koning, pas van eene buitenlandsche reis teruggekeerd, werd er door aangegrepen. Men wilde ten koste van Turkije de uitbreiding van grondgebied, z.g.n. Grieksche gewesten, welke bij het Verdrag van Berlijn in uitzicht was gesteld. Al dadelijk werden troepen naar de Turksche grenzen gezonden, de marine gemobiliseerd en een oorlogsleening bij de Nationale Bank gesloten.

De Groote Mogendheden, die als men opnieuw aan 't afbrokkelen van Turkije begon, bevreesd waren dat de Oostersche kwestie tot een algemeenen oorlog zou leiden, vermaanden den Griekschen Minister-President Delyannis zich van avontuurlijke ondernemingen te onthouden. Deze antwoordde echter met een

Sluiten