Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E. Het bezetten van Grondgebied.

Toen Turkije in 1858 do vorderingen van Rusland, door diens buitengewonen Gezant, Graaf Menschikoff gedaan, had afgeslagen, trok een Russisch leger, den 2^n Juli 1853, de Pruth over tot het bezetten der Donau-Vorstendommen.

Keizer N i c o 1 a a s verklaarde echter dat deze bezetting niet als een begin van vijandelijkheid moest worden beschouwd, doch slechts als een middel om een waarborg te verkrijgen tot herstel van zijne rechten.

De overige in het geschil betrokken Mogendheden trachtten ook daarna nog eene verzoening te bewerken, hetgeen echter niet gelukte.

Den lftden Januari 1864 lieten Pruisen en Oostenrijk door hunne Gezanten te Kopenhagen eene nota overreiken, waarbij de intrekking der November-constitutie werd gevorderd. Bij weigering zou Sleeswij k tot waarborg van de Duitsche rechten worden bezet.

12. Oorlogsverklaring. De Staat, die een oorlog begint, is verplicht, alvorens tot vijandelijkheden over te gaan, zijn besluit tot het voeren van oorlog aan te kondigen ') of daarvan op andere wijze vooraf te doen blijken.

De oorlog rekent te beginnen van de oorlogsverklaring af, als die is geschied, tenzij te voren reeds feiten van wapengeweld plaats hebben gehad.

Eene oorlogsverklaring is uit een juridiek oogpunt wenschelijk, omdat in den oorlog een andere dan de gewone rechtstoestand intreedt, niet alleen tusschen de strijdende partijen, maar ook tegenover de neutralen. De oorlogsverklaring bepaalt het tijdstip waarop die verandering plaatsgrijpt.

Groot-Britannië heeft in het laatst van November 1899 aan andere Mogendheden doen weten, dat het zich van den ll<J«n October af in oorlogstoestand bevond met de Zuid-Afrikaansche Republiek en den Oranje-Vrijstaat.

Het meerendeel der schrijvers over het volkenrecht acht eenige formaliteit noodzakelijk, alvorens de vijandelijkheid te beginnen. Slechts enkele zijn van een tegengesteld gevoelen. Grotius, Puffendorff, Valin, Heffter, Hautefeuille, Bluntschli, Calvo behooren tot de eerste, Bynkershoek, Martens, Klüber en Philimore tot de tweede categorie.

„Wanneer eenmaal" — zegt Heffter2) — ,.de volken den geesel van den oorlog, zonder voorafgaande en regelmatige waarschuwing, te duchten zullen hebben, zal het goed ver-

1) Bluntschli, § 521.

2) Heffter. p. 231.

Sluiten