Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Generaal von Hartmann, erkennende dat oud krijgsgebruik en overlevering de voorafgaande waarschuwing vorderen, wil zonder bedreiging plotseling den nabuurstaat kunnen aanvallen. ')

„ De ontwikkeling van spoorwegen en middelen van vervoer hebben" — zegt hij — ,de Staten een wapen in de hand gegeven, waarvan zij tot oorlogsinitiatief moeten partij trekken." In den oorlog is elk initiatief onbetwist, maar vóór den oorlog in vredestijd niet. Zonder bedreiging eensklaps zich meester te maken van wat een ander toekomt en te dooden wie dat tracht te beletten, is geen eerlijke krijgsmansdaad, geen eerlijk initiatief. Dat door zulk een' daad „ het eigen leger van het eerste oogenblik af door verrassing meester van den toestand en in staat gesteld wordt den veldtocht onder gunstige omstandigheden te beginnen," moge waar zijn, verrassing mag echter, zelfs tot dat doel, niet ontaarden in verraad. Die daad is echter niet zonder voorbeeld. Koning Frederik Wilhelm I liet, ofschoon in vrede met Karei XII, 19 September 1718, Stettin in Zweedsch-Pommeren met geweld bezetten en wist het lateiin bezit te houden. Frederik de Groote rukte, lSDecembei 1740, in vollen vrede, met zijn leger Silezië binnen, terwijl de Gezant, dien hij tot Maria Theresia afzond, met den eisch hem dat gewest aftestaan, eerst twee dagen later te Weenen aankwam.

Pruisen sommeerde den 15den Juni 1866 Hannover, KeurHessen en Saksen zich naar zijn wil te voegen en hunne legers onverwijld op voet van vollen vrede te brengen. Het antwoord werd nog denzelfden dag verwacht. De antwoorden kwamen afwijzend, en nog op den avond van dienzelfden dag volgde Pruisens oorlogsverklaring, 's Namiddags teroren was Harburg reeds door de Pruisische brigade F lies bezet.

Wanneer hij, die feitelijk den aanval begint, het initiatief tot den oorlog op de tegenpartij werpen en dus — hoe onrechtmatig op zich-zelf — het doen van eene oorlogsverklaring vermijden wil, of wel, wanneer hij slechts tot het bezetten van een landstreek overgaat, brengt het oorlogsgebruik mede dat de tegenpartij, bij het vooruitrukken van het leger, toch wordt gewaarschuwd.

Dit kan geschieden door officieren.

Den 30tei> Januari 1864 zond de Veldmaarschalk von Wrangel twee officieren naar den Generaal de Meza, om dezen kennis te geven, dat hij, ten gevolge van de weigering

1) Von Hartmaan, Kritische Versuche. 2. Militiirische Nothwendigkeit und Humanitiit S. 52.

Sluiten