Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door andere kundige Staatslieden wordt bevestigd, door RolinJacquemyns (zie blz. 104) en door Dr. A. Jurkitschek, die zegt 11: „De verzameling van groote landstormmassa's zijn zonder uitzondering te vermijden. De ondervinding heeft geleerd dat zij. meest onbruikbaar, bij tegenspoed aan paniek zich overgeven, onder alle omstandigheden moeilijk te verplegen en in orde te houden zijn."

In Augustus 1870 werd in het Wetgevend Lichaam van Frankrijk, door de Commissie van Rapporteurs over de wet op de nationale gardes en zelfs door den Minister van Oorlog verklaard, dat het te wapen roepen van alle burgers van 20— 35 jarigen leeftijd tot verwikkelingen leiden en stremmend werken zou.

De „ lerée en masse" heeft in dien oorlog zoo al, dan toch slechts op het laatst plaats gehad, want de oproeping der mobielen en de wapening van korpsen franc-tireurs is nog geen ..lerée en masse". In 1813 werd zij bij decreet van den Pruisischen Koning Frederik Willem III bevolen, doch na 1793 slechts ééns toegepast, namelijk in 1814, in sommige gedeelten van Frankrijk; de uitkomst was niet glansrijk. Zij bracht weinig voordeel aan den Keizer, veel jammeren over het Rijk. De gevolgen voor de bevolking blijken uit de dagorder, die de Veldmaarschalk Prins von Schwartzenberg den lOden Maart 1814 uitgaf en uit het werk van Fleury: Histoire de l'invasion 1814.

Om de oorlogen zooveel mogelijk volgens de beginselen van het modern volkenrecht te doen voeren en nutteloos bloedvergieten te voorkomen, behooren de Staten. in stede van tijdens den oorlog, ter elfder ure, volkswapeningen opteroepen, die bij den stand der krijgswetenschap meer na- dan voordeel aanbrengen, vóórdat het gevaar aanwezig is, hunne legers zoodanig samentestellen, dat zij die volkswapening kunnen ontberen, hetgeen geschieden kan: Staatsrechtelijk, door in tijd van vrede den persoonlijken dienstplicht intevoeren en, in verband met tijdige wapening en oefening, voor deugdelijke reserves te zorgen; volkenrechtelijk, door militaire indeeling, organisatie en — zij het hoogsteenvoudige — uniform.

De Handleiding van het Instituut laat de volkswapening rusten en de Conferenties van Brussel en Den Haag hebben haar niet bepaald behandeld; de eerste eenigszins verward met het spontaan te wapen loopen door de ingezetenen van eene localiteit. Eene algemeene volkswapening ontwikkelt zich niet ,,a l'approche de l'ennemi," maar later.

De Generaal von Voigt-Rhetz zeide er op de Brusselsche Conferentie van: ..Maïs il faudra que ces hommes portent un signe certain qui les distingue des brigands et des pillards. Ge signe sera facite a trouver; ce sera une croix, tin brassard,une marqué quelconque donnant a celui qui te porte Ie caractère de

1) Die Reform in Oestreich- Uitf/arn ron 18(16 bis 1873.

Sluiten