Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen wraakoefening of beleediging van het gepeupel te beschermen. Alleen als de veiligheid zulks gebiedt, kan men ze binden; anders doet men dit niet.

(Art. 23, 8de en 4de alinea, Bruss. Conf.; blz. 12 en 73 Fr. manuel.)

Indien krijgsgevangenen, die de wapenen hebben afgelegd, deze trachten terugtenemen, stellen zij zich opnieuw aan het wapengeweld van den vijand bloot.

Deze overschrijdt zijn recht echter, indien hij meer dan noodig is om het terugnemen der wapenen of hun ontvluchting te beletten, tegen de gevangenen van zijne wapenen gebruik maakt.

Zij, die met het bewaken of geleiden van krijgsgevangenen zijn belast, mogen tegen hen van de wapenen gebruik maken, doch alleen bij ontvluchting, bij muiterij of algemeen verzet en slechts voor zoolang die muiterij niet is onderdrukt.

Souvereinen of leden van vorstelijke familiën en in het algemeen Hoofden van een Staat worden, zoo zij krijgsgevangen worden gemaakt, of voorwaardelijk in vrijheid gesteld, öf met bijzondere onderscheiding behandeld ')•

Aan Napoleon III werd in 1870, na Sédan, Wilhelmshöhe bij Cassel, als verblijfplaats aangewezen.

Men mag hen niet noodzaken om berichten te geven of mededeelingen te doen, van welken aard ook, die den Staat, welken zij gediend hebben, kunnen schaden 2), (vergelijk § XXYII Russ. voorstel en art. 26 Bruss. Conf. Is zeer bepaald op blz. 76 Fr. manuel en in § 70 Handl. v. h. Inst. voorgeschreven), en men mag hen niet dwingen om aan het leger van den Staat, dat hen gevangen nam, diensten te bewijzen (§ XXVIII Russ. voorstel; art. 26 Bruss. Conf.; blz. 75 en 76 Fr. manuel; art. 71 Handl. v. h. Inst.).

Zooveel te minder mag men ze noodzaken in het hun vijandelijk leger overtegaan.

In het Tractaat 29 Dec. 1690 tusschen de Vereenigde Nederlanden en Frankrijk werd bepaald: „ Men is wederzijdts verdragen geene Gevangenen van Oorlogh te dwingen om dienst te nemen, of haar te laten inschrijven, enz.

1) Klüber, Völkerrecht. — Guelle, l're'cis des lois de la guerre, I, p. 194.

2) Bluntschli, § 601.

Sluiten