Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Ongeoorloofde oorlogsmiddelen. Art. 23.

Behalve de verbodsbepalingen door bijzondere verdragen vastgesteld, is het met name ontzegd:

a. vergift of vergiftigde wapenen te bezigen;

b. personen behoorende tot het vijandelijk volk of leger verraderlijk te dooden of te verwonden;

c. een vijand te dooden of te verwonden die, de wapenen nedergelegd of geen middelen tot verdediging meer hebbende, zich op genade of ongenade heeft overgegeven ;

d. te verklaren dat geen kwartier zal worden verleend;

e. wapenen, projectielen of stoffen te bezigen, die noodelooze smarten kunnen veroorzaken;

f. onrechtmatig gebruik te maken van de parlementaire vlag, de nationale vlag of de militaire onderscheidingsteekenen en de uniform van den vijand, alsmede van de onderscheidingsteekenen van het Verdrag van Geneve;

(j. vijandelijke eigendommen te vernielen of in beslag te nemen, behalve in geval dat vernielen of in beslag nemen door oorlogsnoodzaak gebiedend wordt gevorderd.

In de zitting der Vredes-Conferentie van den lsten Juli 1899 werd door den heer Rolin, rapporteur, de aandacht gevestigd op het woord „notamment", (met name) in den aanhef van het artikel, waarmede is bedoeld te verklaren dat de bepaling niet voorziet in al wat verboden is. Mishandelen en door verraad gevangen nemen is evenzeer verboden.

ad o. Het vergiftigen van bronnen, putten, pompen enz. wordt eenstemmig door alle, zelfs de oudste schrijvers over het volkenrecht, verworpen. Vroeger rekenden sommigen dit in strijd met het Goddelijk recht.

Bij den guerilla-oorlog in Spanje tegen de Fransche overheersching had het meermalen plaats. Représaille-maatregelen tegen de bevolking waren daarvan het gevolg. De oorlog verkreeg een buitengewoon wreed karakter.

9

Sluiten