Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappen worden gescheiden, dat ook zij steeds liet lot van hunne onderhoorigen deelen, d. w. z., dat de officieren niet naar hun vaderland terugkeeren, terwijl de onderofficieren en de soldaten gevangen naar 's vijands land worden weggevoerd. Het is wenschelijk, dat bij de capitulatievoorwaarden b. v. de volgende voorwaarden worden bedongen: „De officieren zullen, met genot van de vrijheid van beweging, die gewoonlijk aan krijgsgevangen officieren wordt toegestaan, in dezelfde plaats als hunne onderhoorige troepenafdeeling verblijfhouden. Zij hebben tot dezen vrijen toegang, ten einde voor de belangen van hunne onderhoorigen te kunnen blijven zorgen." De officieren, aan wie deze vergunning wordt verleend, behooren eene schriftelijke verklaring afteleggen, dat zij hun woord van eer verpanden niet te zullen ontvluchten, noch hunne onderhoorigen tot de vlucht of eenige handeling van wederstand, verzet of oproer aantezetten of door hunne goedkeuring aantemoedigen.

Onder de volgende voorwaarden zijn capitulatiën gesloten:

a. De legermacht stelt zich krijgsgevangen. De officieren behouden hun zijdgeweer, worden op hun eerewoord, dat zij tot hunne uitwisseling niet meer tegen den vijand zullen dienen, ontslagen en kunnen zich begeven werwaarts zij verkiezen. Aan eene bepaalde categorie van onderofficieren wordt gelijke gunst verleend. Toegestaan bij de capitulatie van Prenzlau, 28 Oct. 1806.

b. Alle Generaals en officieren, zoomede hoogere beambten met officiersrang, die eene schriftelijke verklaring teekenen, dat zij zich op hun woord van eer verbinden tegen den Staat, die hen gevangen nam, gedurende den oorlog, die gevoerd wordt, niet meer te zullen strijden of op eenigerlei wijze tegen diens belangen te handelen, behouden hunne wapenen en goederen en worden vrijgelaten. Die haar niet teekenen, blijven krijgsgevangen. — Toegestaan bij de capitulatie van Sedan, 2 Sept. 1870; van Straatsburg, 28 Sept. 1870; van Metz, 27 Oct. 1870, en van Verdun, 8 Nov. 1870.

De raad van enquête over de capitulatiën heeft het in Generaal de Wimpffen ten hoogste gelaakt, dat in de overeenkomst de bepaling is opgenomen, waardoor aan de officieren met het geven van hun eerewoord, de vrijheid werd gelaten. Die gunst — verklaarde de raad — is eene premie voor kleinmoedigen, welke den officier in zijn plichtsgevoel en weerstandsbetoon verzwakt ').

De bevelhebbers van Straatsburg, La Fère en Soissons, die dezelfde voorwaarde in de akte der capitulatie hadden doen opnemen, ontvingen deswege mede eene berisping. Daarentegen werd het in de commandanten van Schlettstadt en Nieuw-

1) Rapport officiel du conseil d'enquête sur la capitulatim de Sedan, p. 11.

Sluiten