Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gezag, door bezetting verkregen, is slechts een rechtstoestand van tijdelijk bezit. Zoolang dit bezit feitelijk plaats heeft, is het wettig gezag geschorst en stelt de occupator daarvoor het feitelijk gezag van zijne macht in de plaats (§ 1 Russ. voorstel; art. 2 Bruss. Conf.; blz. 93 Fr. manuel).

Gedurende den oorlog van 1870—71 had tusschen de Duitsche autoriteiten en het gerechtshof' van Nancy een conflict plaats, omtrent de formule van rechtsuitspraak, na den val van het Keizerrijk.

De Pruisische burgerlijke commissaris had eerst voorgesteld dit te doen in naam der Hooge Duitsche Mogendheden, die den Elzas en Lotharingen bezetten, doch nam genoegen met eene formule, waarin de Keizer der Franschen werd genoemd, omdat deze, ofschoon gevangen, geen afstand had gedaan van de kroon.

Het hof van Nancy wilde echter rechtspreken in naam van de nieuwe republikeinsche regeering. Daar deze toenmaals door de Duitschers nog niet als wettig was erkend, werd dit niet toegestaan, waarop den September 1870 door het hof werd besloten: dat het dientengevolge, zonder zijne functiën nederteleggen, genoodzaakt was voorloopig zich van rechtspraak te onthouden.

De bevelhebber van de overheerende krijgsmacht is bevoegd de verordeningen uittevaardigen en de politie-maatregelen te treffen, welke hij voor de bezette landstreek noodig acht. Hij zal vooral het rechtswezen niet dan om zeer gewichtige redenen mogen schorsen.

De civiele en crimineele rechtspleging blijven hunnen gewonen loop houden, tenzij door het legerbestuur uitdrukkelijk anders is bepaald.

In 1870 werd door de Duitsche Gouverneurs-Generaal en de civiele commissarissen in de bezette landen afgekondigd, dat alle Fransche wetten van kracht bleven, voor zoover de oorlogstoestand de schorsing daarvan niet vorderde; dat de justitie in volle vrijheid recht zou blijven spreken; dat de gemeentelijke autoriteiten, die zich niet vijandig toonden, in hunne betrekkingen zouden gehandhaafd blijven, en dat, in den omvang van het administratief gezag, niets zou worden veranderd.

De Koning van Pruisen vaardigde, den 13<ien Aug. 1870, een besluit uit, waarbij hij de conscriptie afgeschaft verklaarde in de geheele uitgestrektheid van het gebied, door de Duitsche troepen bezet, met bedreiging aan de burgerlijke autoriteiten

Sluiten