Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijandschap zijn, en dat zij buiten het-bereik van het vijandelijk kanonschot plaats hebben. Het pressen van gidsen en van voerlieden bij het requireeren van spandiensten is b. v. door het gebruik en de oorlogsnoodzaak gewettigd. Zulks wordt ook dooide bepaling van het artikel niet belet, hetgeen door den Duitschen Gedelegeerde ter Vredes-Conferentie, Kolonel von Gross von Schwarzhoff, in de zitting van den lsten Juni 1899, werd geconstateerd. De oorlogsnoodzaak vordert dikwerf diensten, waarvoor onvermijdelijk over werkkrachten moet worden beschikt, die in het leger volstrekt niet worden aangetroffen en die men dus bij de burgerbevolking moet zoeken.

In den Duitsch-Franschen oorlog van 1870—71 heeft het pressen van arbeiders tot militaire doeleinden plaats gehad. Voor het herstel der voor de Duitschers hoogst belangrijke spoorwegbrug bij Fontenay, die door de franctireurs was vernield, werden 500 arbeiders gerequireerd. Uit de orders van den Duitschen Prefect, van het departement van de Meurthe, van 23 en 24 Jan. 1871, blijkt onder welke gestrenge bedreigingen zulks geschiedde. Voor goed- en spoedwerk moeten vrijwillige, geen gedwongen arbeiders worden gebezigd. Zoo werden tot den spoedbouw van den spoorweg van Remilly naar Pont-ii-Mousson, 14 Aug. 1870 begonnen en 23 d. a. v. geëindigd, 5000 bergwerkers uit Saarbrücken ontboden. Daarentegen werden, na de overwinning, die de Franschen bij Coulmiers hadden behaald, de bewoners der landstreek gedwongen, met al het voorhanden personeel en materieel, de talrijke coupures, welke in de wegen waren gemaakt en den marsch van de Duitsche troepen zeer belemmerden, te dichten >).

Geheel anders is het pressen van burgers tot het doen arbeiden aan aanvals- of verdedigingswerken voor eene belegerde vesting, of tot het aanleggen van veldwerken nabij den vijand, op een terrein waar men slag wil leveren. Dit is in strijd met de beginselen van het volkenrecht; want daarbij stelt men den burger bloot aan het vuur van eigen landslieden; men brengt den gepreste met hen in conflict, als deze een schansarbeid willen beletten of vernielen, en brengt hem tevens in verzoeking bij een uitval zijne landslieden te helpen, waardoor hij als rebel doodschuldig wordt.

Art. 45.

Het is verboden de bevolking van een bezet gebied te noodzaken trouw te zweren aan de vijandelijke mogendheid.

1) Von Hartmann, Kritische Versuche, II, S, 62.

Sluiten