Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bezettingsleger. Zij moeten in verhouding staan tot de hulpmiddelen van het land en van dien aard zijn, dat zij voor de bevolkingen niet de verplichting medebrengen om aan de krijgsverrichtingen tegen haar vaderland deel te nemen.

Deze requisitiën en deze diensten zullen slechts met machtiging van den bevelhebber in de bezette plaats worden gevorderd.

De leveringen in natura zullen, voor zooveel mogelijk, dadelijk worden betaald; kan dat niet geschieden, dan zullen zij door ontvangbewijzen gestaafd worden.

Onder de diensten hier bedoeld moet in de eerste plaats de inkwartiering worden gerangschikt.

Het recht om, waar dit door oorlogsnoodzaak wordt gevorderd, in de bezette landstreek inkwartiering en requisities te vorderen, is eene uitzondering op den regel, dat de bijzondere eigendom der ingezetenen moet worden geëerbiedigd.

Daarom kan van de gemeenten en de bevolking inkwartiering en leveringen in natura (van levensmiddelen, wagens, paarden, kleedingstukken en van al wat verder tot onderhoud van het leger noodig is), alleen gevorderd (gerequireerd) worden, voor zoover zij betrekking hebben op algemeen erkende oorlogsbehoeften en in verhouding zijn met de hulpbronnen des lands.

De bepaling ter zake van de Vredes-Conferentie gaat in hare beperking verder dan vroegere voorstellen (art. 40 Bruss. Conf.) in zooverre hier alleen van de behoeften van het liet bezettingsleger wordt gesproken.

Sedert de stelregel van Napoleon: la gnerre doit nourrir la guerre, algemeen in toepassing is gebracht tot gedeeltelijke vervanging van uitsluitende verpleging uit magazijnen, is het tot verzorging van de troepen noodig om, indien de leveringen, waarvoor contracten zijn aangegaan, achterblijven, requisities te heffen. Bij oorlogsnoodzaak geschiedt deze heffing rechtmatig. Hieruit volgt echter niet dat levensmiddelen, vee, paarden, wagens, in het kort, een anders eigendom, zonder betaling mag worden genomen. Wanneer de bevolking zich vreedzaam ge-

Sluiten