Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEELING IV.

Van de bij neutralen geïnterneerde oorlogvoerenden en verpleegde gewonden.

Art. 57.

De neutrale Staat, die op zijn grondgebied troepen toelaat , tot de oorlogvoerende legers behoorende, zal deze, voor zooveel mogelijk, ver van het oorlogstooneel verwijderd interneeren.

Hij zal hen kunnen doen bewaken in kampen en zelfs hen opsluiten in vestingen of in daarvoor geschikte plaatsen.

Hij zal beslissen of de officieren vrijgelaten kunnen worden, mits zich op hun eerewoord verbindende het neutrale grondgebied niet zonder verlof te verlaten.

Indien het leger van eene oorlogspartij op neutraal gebied uitwijkt, 0111 aan de vervolging of de krijgsgevangenschap te ontkomen, is de neutrale Staat bevoegd dat leger voorwaardelijk of onvoorwaardelijk optenemen, even als hij ook volkomen bevoegd is aan de vreemde troepen het overschrijden der grens te weigeren en dit des gevorderd met kracht van wapenen te beletten.

Worden de troepen toegelaten, dan moeten zij onverwijld ontwapend en zoover mogelijk van het oorlogstooneel geïnterneerd worden, om buiten de gelegenheid te zijn verder aan den oorlog, die gevoerd wordt, deeltenemen.

\ ooral belangrijk is in den oorlog van 1870—71 het uitwijken naar Zwitserland van het Fransche Oosterleger, sterk 2110 officieren en 82271 onderofficieren en manschappen, onder bevel van Generaal Clinchant, opvolger van Bourbaki.

De bondsregeering had bevel gegeven aan eiken doortocht van gewapende troepenkorpsen tegenweer te bieden.

Den 30sten Jan. 1871 werd daarop tusschen Generaal Clinchant en een stafofficier, die door Generaal Herzog, commandant van het Zwitsersch observatieleger, met volmacht was voorzien, eene conventie gesloten, waarbij werd overeengekomen:

Sluiten