Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE VERKLARINGEN, den 29,,,n Juli 1899 te's-Gravenhage door de bij de Vredes-conferentie vertegenwoordigde Mogendheden geteekend.

De eerste verklaring luidt:

I)e contracteerende Mogendheden ontzeggen zich het gebruik van kogels, die zich in het nienschelijk lichaam gemakkelijk uitzetten of vervormen, zoo als de kogels met harden mantel, waarvan de mantel niet geheel de kern dekt of van inkervingen voorzien is.

Deze Verklaring is slechts verplichtend voor de contracteerende Mogendheden in geval van oorlog tusschen twee of meer van hen.

Zij houdt op verplichtend te zijn zoodra in een oorlog tusschen de contracteerende Mogendheden eene Mogendheid, die niet gecontracteerd heeft, zich voegt bij een der oorlogvoerenden.

Mocht een der Hooge Contracteerende Mogendheden de

Conventie opzeggen, dan oefent die opzegging haar gevolg slechts uit een jaar nadat de kennisgeving er van schriftelijk zal zijn geschied aan de Regeering van Nederland en dadelijk daarna door deze zal zijn medegedeeld aan de andere contracteerende Mogendheden.

Deze opzegging zal geen ander gevolg hebben dan ten opzichte van de Mogendheid, die daarvan zal hebben kennis gegeven.

In de zitting van den 26sten Mei der Eerste Sub-Commissie van de Eerste Commissie der Haagsche Yredes-Conferentie deed Kolonel Künzli (Zwitserland) de vraag of hot niet goed zou zijn projectielen te verbieden, die de wonden en de smarten erger maken dan noodig is, met name de dum-dum-kogels.

Schrijver dezes maakte van deze vraag dadelijk gebruik om, na uiteengezet te hebben waarom dum-dum- of soortgelijke kogels verscheurende en smartelijke wonden maken, uit naam van de Nederlandsche Regeering voor te stellen formeel te verbieden om dum-dumen soortgelijke projectielen te gebruiken '). De President, Zijne Exc. Beernaert (Belgiö) merkte toen op, dat het Nederlandsche voorstel geheel in den geest en eene uitbreiding was van de verklaring van St. Petersburg van 1868. Van Engelsche zijde werd het krachtig bestreden door Generaal Sir John Ardagh, die ontkende dat de echte dum-dums de verschrikkelijke uitwerking hadden, welke er aan wordt toegeschreven.

In de zitting van den 31ste" Mei d.a.v. van diezelfde sub-commissie werd het voorstel van den Nederlandschen gedelegeerde aangenomen met 19 Staten voor en één (Engeland) tegen en een onthouding.

1) Officieel Proces-Verbaal der zittingen, 2de deel. blz. 57.

Sluiten