Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE BOEK,

DE GEBRUIKEN IN DEN OORLOG TE LAND VOLGENS HET GEWOONTERECHT.

1. Gebruik van wilde volksstammen. Het is strijdig met de beginselen van het volkenrecht om, bij een oorlog met een beschaafden Staat, het leger geheel of gedeeltelijk uit wilde, onbeschaafde volksstammen samen te stellen.

Al mogen troepen, aangeworven uit onbeschaafde volksstammen, in tijd van vrede door strenge tucht in bedwang zijn te houden, het is te verwachten, dat zij, die de wetten van militaire eer en menschelijkheid in den oorlog niet kennen of anders opvatten dan de beschaafde volken, in de hitte van den strijd tot gruwzame wreedheden: het afmaken van den overwonnen vijand, verminken van gekwetsten enz. zullen overslaan.

De minste eisch, welke gedaan kan worden, is dat die wilde stammen door officieren worden aangevoerd, bekend met de regelen van het volkenrecht en verantwoordelijk voor de daden hunner onderhoorigen.

Door de Franschen werden in den veldtocht van 1859, in Italië, Afrikaansche inlanders, Turco's enz. tegen de Oostenrijkers aangevoerd en in den Veldtocht van 1870 tegen de Duitschers.

In de circulaire van den 9den Januari 1871 wordt door den Duitschen Bondskanselier, Graaf von Bismarck aan de Franschen daarover een verwijt gemaakt ').

1) Eolin-Jaequemyns, Secotid esnai sur Ia f/uerre franco-rtllemande dans nes rap/torts arec le droit international. p. 41.

Sluiten