Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zijn in 1863 genomen resoluties onderworpen, die niet veeleischend zijn, dan ware haar edelmoedig streven meer ten goede gekomen aan het doel, dat door allen werd beoogd. Gedeeltelijk uit onbekendheid, anderdeels uit de begeerte om zelfstandig te kunnen optreden, waar en hoe men het zelf wilde, werd de ofticieele aansluiting aan het internationaal comité van hetRoode Kruis achterwege gelaten, doch nam men eigenmachtig aan het Roode Kruisteeken, dat door dit comité als herkenningsteeken was aangenomen voor hen, die er toe behoorden. Dat Roode Kruis werd allengs door ieder eigenmachtig gedragen, die de geringste hulp had verleend aan zieken of gewonden. Schromelijke misbruiken waren daarvan het gevolg. Van den anderen kant teleurstelling en ergernis bij ambulance-personeel, dat niet van regeeringswege erkend, bij gemis van legitimatiebewijzen, welke door het centraal comité uitgegeven een Regeeringsstempel dragen, niet deelachtig werd het voorrecht van onschendbaarheid.

Het personeel der Fransche ambulance van de Pers, bestaande uit 15 geneesheeren, 90 oppassers en 16 paarden (Staats-Courant van 20 Aug. 1870), werd den 19den Aug. 1870, met zijn materieel van 8 rijtuigen, bij Metz tijdelijk in beslag- en gevangengenomen, en heeft, toen de ambulance, naar Keulen overgebracht, aldaar werd vrijgelaten, door Luxemburg en België langs een omweg, Frankrijk weder moeten bereiken.

Bij de groote weldaden, die vele ambulances uit de onzijdige landen hebben verleend, schijnen ook misbruiken te hebben plaats gehad, die beperkende bepalingen noodzakelijk maken. Reeds bij punt 11 van het resumé der intern. Conf., in April 1869 te Berlijn gehouden, werd dit algemeen erkend.

Gedurende den oorlog van '70 zijn, zoo van Duitsche als van Fransche zijde, ernstige beschuldigingen ingebracht omtrent het schenden van de bepalingen der Conventie, zoowel wat betreft het vuren op en gevangennemen van hen, die onder de vlag van het Roode Kruis gekwetsten verpleegden, als het misbruiken van de onzijdige vlag tot militaire doeleinden. Aan de Fransche autoriteiten werd bovendien het verwijt gericht, dat de meeste officieren en soldaten in onwetendheid verkeerden omtrent de bepalingen van de Conventie. (Circulaires van Graaf von Bismarck van 9 Jan. en 17 Febr. 1871 en van de Chandordy van 25 Jan. 1871). Enkele van die overtredingen zijn het gevolg van het dragen der wapenen door ziekenverplegers, dragers van gewonden, hospitaal-soldaten, artsen enz.

In de conferentiën van 1869 te Berlijn is vastgesteld, dat de werking van de hulpvereenigingen plaats zou hebben:

a. op het slagveld na den strijd;

b. voor transport van gewonden en zieken;

c. in de hospitalen.

Toen is nog de wensch geuit, dat de Hooge Regeeringen, in tijd van oorlog, aan zieken en gewonden, die zich in bad-

Sluiten