Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen bevinden, de voorrechten mochten willen schenken, welke de militairen genieten, die in het leger te velde ziek en gewond zijn, en tevens aan die inrichtingen de voorrechten, welke de hospitalen van een veldleger bezitten.

Dit zou niet alleen zijn geheel overeenkomstig den geest van het volkenrecht, maar heeft reeds précedenten gehad.

In 1759 werden zoowel van Oostenrijksche als van Pruisische zijde vrijbrieven of sauve gardes voor verscheidene badplaatsen gegeven.

Veel van de klachten, welke in eiken oorlog, ook in dien door Engeland tegen de Zuid-Afrikaansche Republieken wordt gevoerd, voorkomen over schending van de conventie van Genève, moeten worden toegeschreven aan het gemis van de hierbedoelde offtcieele sanctie en legitimatie-bewijzen, waarvan ieder persoon die tot een officieele R. Kr. ambulance behoort, moet zijn voorzien (liefst op afgestempeld portret) en dat hij altijd bij zich moet dragen, en aan de andere zijde aan soms te ver gedreven wantrouwen. Men bedenke bovendien dat het Roode-Kruisteeken, volgens het conventioneel recht, tot dusverre alleen voor de militaire inrichtingen en haar personeel het teeken van onzijdigheid (onschendbaarheid) is.

. Het Nederlandsche Roode Kruis.

Het Koninklijk besluit van den iy<le" Juli 1867, X°. 60 en dat van den 6den November 1895 Stbl. N°. 175 hebben betrekking op de vereeniging genoemd „Het Nederlandsche Roode Kruis," Art, 1 van laatstgemeld besluit bepaalt, dat er eene Nederlandsche vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog bestaat en dat die vereeniging den evengemelden naam draagt. Al dadelijk volgt daaruit dat er in Nederland niet meer dan die ééne vereeniging bestaat welke dien naam mag voeren. Verder is bepaald dat de vereeniging wordt bestuurd door een hoofdcomité dat te 's-Gravenhage zijn zetel heeft (Art. 3); dat de eereleden, de voorzitter, de leden en de secretaris van de vereeniging bij Koninklijk besluit worden benoemd (Art. 4); dat het teeken van onzijdigheid, ingesteld bij art. 7 van de conventie van 22 Augustus 1864 ook het onderscheiding steeken is van het „Nederlandsche Roode Kruis "; hetwelk de voorzitter, de leden en de secretaris van het hoofdcomité en die van de besturen der afdeelingen gerechtigd zijn te dragen, zijnde, in tijd van oorlog, voor het dragen van dat teeken" door 'het bij eene troepenafdeeling of bij eene linie of stelling ingedeelde personeel der vereeniging, eene bijzondere machtiging noodig van den commandant van die troepenafdeeling, linie of stelling (Art. 7); dat de door de vereeniging te verleenen hulp aan zieke en gewonde krijgslieden geschiedt:

1°. ingeval van een oorlog, waarbij Nederland betrokken is, in aansluiting bij de geneeskundige diensten der land- en der zeemacht:

Sluiten