Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van verovering in volle kracht gelden, maar om dat te kunnen doen, moet hij het goed veroverd en rechtstitel verkregen hebben van bezit.

Koerend staatsgoed, onbeheerd of onverdedigd in 's vijands handen achtergelaten, kan door dezen worden medegenomen. Om het aan derden overtedragen — en diens recht van eigendom onbetwistbaar te doen worden — moet het eenigen tijd in zijn rustig bezit zijn verbleven; volgens het Romeinsch recht: in veilige plaats zijn gebracht; volgens het gebruik in de XVIde eeuw: gedurende 2-4 uren in onverstoord bezit ziin gebleven; sedert den Code Napoléon wordt, ook in het internationaal recht, bezit verkregen geacht door de daad van eene zaak onder zijne macht te brengen, met het oogmerk om ze voor zich te behouden ').

De tijdsbepaling van 24 uur tot rechtstitel van bezit is alleen toepasselijk gebleven op den ter zee gemaakten buit.

De rechtseigendom van onroerend goed van den Staat moet — evenals in het privaatrecht — worden aangetoond door een rechtstitel van eigendomsovergang, afkomstig van dengenen, die gerechtigd was over den eigendom te beschikken: de eigendom door verovering verkregen door eene akte van afstand, het vredestractaat. Zoolang die akte niet bestaat is het recht van den occupator slechts een onvolmaakt, tijdelijk recht, door overmacht verkregen, dat het bezit van twijfelachtigen aard doet zijn, vermits het weder door overmacht kan moeten worden prijsgegeven.

Ten einde het „ongeregeld en onwettig buit-maken door de burgers op commando" tegentegaan, heeft de President Steijn van den Oranje-Vrijstaat den 14'i«' December 1899 eene proclamatie uitgevaardigd, waarin het volgende is bepaald:

1°. Dat alle gemaakte buit eigendom wordt en is van dezen Staat, en niemand is geoorloofd eenig gedeelte daarvan zich persoonlijk toe te eigenen, tenzij hem zulks door den bevelhebbenden officier wordt toegestaan.

2°. Onder buit wordt verstaan:

a. Alle wapens en ammunitie; b. alle losse goederen en dieren, behoorende aan den Staat of Regeering, waarmede deze Staat in den staat van oorlog verkeert; c. alle goederen en dieren, die bestemd zijn voor het gebruik van den vijand in een belegerd kamp, stad of dorp, waaronder begrepen wordt de goederen en dieren zelfs van private personen, wanneer dezelve mogelijkerwijze kunnen worden overgeleverd door den eigenaar aan den vyand.

3°. Het zal niet geoorloofd zijn een persoon, geen stnjdvoerende zijnde, van zijn eigendom te ontrooven.

4°. Eenige persoon of personen, die, zonder daartoe gelast te zijn, eenigen buit zal maken en dezen zich toeëigenen, zal

1) Calvo. § 891. — Burgerlijk wetboek, art. 594.

Sluiten