Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Engeland met het medeonderteekenen van dat waarborgend verdrag op zich had genomen, geïnterpelleerd, antwoordde Lord Stanley, den 24**®" Juni 1867 '), dat de collectieve garantie slechts zóólang bindend was, als de gezamenlijke onderteekenaars van het conventieprotocol voor deze optraden.

In Dec. 1870, na Graaf von Bismarck's nota, waarin de gedragslijn werd ontvouwd, welke door Pruisen nopens de neutraliteit van Luxemburg zou worden gevolgd, verklaarde Engeland echter, dat de onder collectieve garantie staande onzijdigheid van dat Rijk niet kon worden opgeheven door eenzijdige klachten of verklaringen van ééne der Mogendheden.

Wanneer een gewest tot twee Staten behoort en het aan den oorlog van één dezer Staten deelneemt, verliest de andere Staat daardoor het recht op neutraliteit.

Vóór 1866 behoorde de Nederlandsche provincie Limburg ook tot den Duitschen Bond. Nederland zou niet onzijdig hebben kunnen blijven, indien bij een oorlog van Duitschland met een ander Rijk het contingent, dat Nederland voor Limburg, krachtens de Bondswet, verplicht was te leveren, deel aan den strijd had genomen. Zulke gewrongen toestanden zijn te onnatuurlijk om niet tot rechtsgeschillen aanleiding te geven. Alleen politiek belang zou Duitschlands tegenpartij er toe hebben kunnen brengen de neutraliteit van Nederland te eerbiedigen, wanneer dit zich strikt tot het leveren van het contingent bepaalde.

Wanneer twee Staten met elkander niets gemeens hebben dan den Souverein, heeft de eene Staat recht neutraal te blijven, al voert de andere Staat oorlog.

Elke souvereine Staat is volkenrechtelijk en zelfstandig rechtspersoon. De een kan dus in vrede leven, terwijl de andere oorlog voert2). Bluntschli (§ 754) zegt, dat de Nederlanden onder den Stadhouder Willem III, niet in de oorlogen van Engeland behoefden te zijn getrokken. Nederland en Luxemburg verkeerden tot den dood van Koning Willem III, in 1890, in dat geval. Luxemburg was echter staatsrechtelijk aan Nederland volkomen vreemd. Beide landen hadden alleen denzelfden Souverein (persoonlijke unie). Het waarnemen, volgens het verdrag met Luxemburg gesloten, van diens belangen bij vreemde Mogendheden, door Nederlandsche Vertegenwoordigers,. deed aan dit begrip eenige afbreuk en kon het middel zijn geworden om Nederland in moeilijkheid te wikkelen. Dit is echter eene omstandigheid, geheel afgescheiden van de stelling.

1) Unsere Zeit. Deutsche Revue der degen u-art. Herausg. von GottschalL 1870. S. 617.

2) Heffter, § 145.

Sluiten