Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederland wel geen straf, doch, oin den Staat voor moeilijkheden te vrijwaren, het verlies van den Staat van Nederlander (art. 10 der wet van 29 Juli 1858, Staatsblad N*. 44). Is hij, die den vreemde dient, geen Nederlander meer, dan kan hij de neutraliteit van Nederland niet in gevaar brengen.

Ofschoon de bevolking van een neutralen Staat het recht heeft voor een der oorlogvoerende partijen medegevoel te uiten, behoort dit binnen grenzen te geschieden, en handelt de regeering van zoodanigen Staat verstandig scherpe veroordeelingen of beleedigingen voor een der strijdende partijen zoo mogelijk te keeren.

Enkele op zich zelf staande feiten, artikelen in couranten of tijdschriften, teekeningen, het uitsteken van vlaggen, openbare uitingen van bijzondere personen en dergelijken, mits zij geen beleedigend karakter hebben en dus niet vallen onder de artikelen 117, 118 en 119 Wetb. v. Strafr., of zoo zij er onder vallen, bij klachte van bevoegde zijde, vervolgd en bestraft zijn, kunnen geen gegronde reden van reclame tegen de neutrale houding van een Staat opleveren.

In tijd van oorlog zijn echter de oorlogvoerende volkeren uiterst gevoelig, de zenuwen ook bij andere volken, die den strijd met belangstelling volgen, gespannen, de gemoederen bij allen prikkelbaar. Daar komt bij dat de meeste menschen op volkenrechtelijk gebied vreemd zijn, niet weten wat wel en wat niet, volgens de geldende begrippen, mag geschieden, terwijl bij de meesten het gevoel het verstand overheerscht.

Tot vermijding van conflicten is het dus geraden om alle manifestatiën of demonstratiën in het groot, die verkeerdelijk uitgelegd en ongunstig opgenomen kunnen worden, te vermijden , vooral op oogenblikken, bij gelegenheden of in plaatsen, waarbij het publiek reeds uit anderen hoofde of door andere omstandigheden in een zenuwprikkelenden, soms opgewonden toestand verkeerende, — zooals in schouwburgen, bij feestdagen, tijdens kermis enz. — spoedig in geestvervoering is te brengen en allicht overslaat tot uitingen en betoogingen, verder gaande dan gepast is en dan zij, tot kalmte gebracht, zelf oorbaar zou vinden.

Sluiten