Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar slechts geldend is verklaard voor bepaald aangewezen gevallen, toepassen op alle oorlogscontrabande, zoodat een neutrale Staat verplicht zou zijn te beletten dat al wat als oorlogscontrabande wordt aangemerkt, door zijne onderdanen naar eene oorlogspartij wordt verzonden ')•

De heeren Kleen en Brusa, de eerste voormalig Secretaris van Legatie, van Zweden en Noorwegen, schrijver van een zeer degelijk werk over oorlogscontrabande, de laatste hoogleeraar te Turijn, beiden rapporteurs in het „Institut de droit international" over omtrent de oorlogscontrabande te stellen regels, stelden dit nieuwe stelsel in het Instituut voor 1). Schrijver dezes heeft het echter met kracht bestreden, in 1893 door eene afzonderlijke nota aan de leden van het „Instituut" en in de zitting van Parijs 2), in 1894 door eene tweede nota van opmerkingen 8), in 1895 te Cambridge4), in 1896 te Venetië5). Gesteund door de heeren von Bar, Perels (Duitschland), Bazclay, Holland, Leech, Westlakeen Lord Reay (Gr. Britt.) is verkregen dat dit voor een handeldrij venden en op onzijdigheid aangewezen Staat aller-verderflijkst beginsel niet in het reglement van het Instituut is opgenomen.

Hoe sterk de publieke opinie echter in tegenovergestelden zin werkt, wellicht meer geleid door gevoels- dan door verstandspolitiek en rechtsbegrip, en hoe onvast het vooropgesteld beginsel is, blijkt wel hieruit dat men zich gedurende dezen oorlog tusschen Groot-Britannië en de Zuid-Afrikaansche Republieken geërgerd heeft dat ladingen dynamiet, als gewoonlijk, uit Duitschland over Nederland doorgezonden worden naarEngelschehavens; geërgerd heeft dat duizenden muildieren in Spanje en Portugal door Engelsche kooplieden zijn opgekocht, bestemd om naar Kaapstad te worden verzonden; dat aan Krupp is verzocht de hem door de oorlogspartijen gedane bestellingen niet afteleveren; dat in Oostenrijk de Eerste Minister in de Kamer werd geinterpeleerd wegens het opkoopen van ruim 6000 paarden, bestemd om uit Fium voor Engeland naar Durban te worden verscheept. Deze antwoordde echter, zeer juist, dat het Rijk zich niet had intelaten met particuliere aankoopen en die ook niet beletten kon. Uit de Vereenigde Staten werden dan ook door de Union Metallic Company te Bridgeport in Connecticut voor rekening van de Engelsche regeering 5 millioen patronen verscheept naar Z. Afrika B). Volgens een bericht uit Bilbao aan de Imparcial maakte de wapenfabriek te Placencie, vermoedelijk

1) Annitaire de I'Iiist. de droit intern., t. 13, p. 102.

-) Idem t. 13, p. 60—66 et p. 348.

3) Idem t. 14, p. 43-58.

4; Idem t. 14, p. 191 et 192.

5) Idem t. 15, p. 209—230.

6) N. liotterd. Courant 12 Nov. 1899.

Sluiten