Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den Duitschen bond. In 1867 was het niet meer van kracht. Pruisen heeft toenmaals de hernieuwing gewenscht. Daarin is echter niet bewilligd. Zoeken deserteurs eener oorlogspartij in Nederland eene wijkplaats, dan zouden zij, zoo noodig, ontwapend en overgeleverd moeten worden aan het hoofd der politie der naastbij zijnde plaats, die alsdan met hen handelt overeenkomstig de wet van 18 Aug. 1849 (Staatsbl. N°. 39), d. i. zooals nopens ontvluchte krijgsgevangenen is vermeld.

Die met de praktijk der grenspolitie bekend is, weet dat het niet aangaat den vreemdeling, die — omdat hij geen middel van bestaan heeft, — wordt verwijderd, de keus te laten van de grens, waarover dit geschiedt. Een Staat endosseert zijne lastposten niet aan een anderen Staat, die er niets mede te maken heeft. De grenspolitie van dat Rijk zou ze dadelijk terugzenden. Trouwens, het zijn geen toegelaten vreemdelingen, aan wie alleen, volgens onze wetsbepalingen, de keuze van de grens verblijft.

Het niet bestaan van een cartel kan beschouwd worden te hebben bijgedragen, dat de deserteur op neutraal gebied veiligheid zocht. Uitzetten wordt echter vermomde uitlevering. Deze voert den vreemdeling tot den dood. Desertie in tijd van oorlog is, uit een militair oogpunt, een zwaar vergrijp, doch slechts gepleegd tegenover de oorlogspartij, waartoe de deserteur behoort, niet tegenover de menschheid.

Redenen van humaniteit pleiten er dus voor de deserteurs toetelaten.

d. Schepen van oorlogvoerenden in onzijdige havens en wateren.

In neutrale havens worden koopvaardijschepen van alle volkeren toegelaten, onverschillig of die schepen behooren aan onderdanen van oorlogvoerende of van onzijdige Staten *).

Krachtens het asylrecht (hetwelk daarin bestaat, dat, uit een humaniteitsbeginsel, de havens van een Staat steeds tot toevlucht (asyl) openstaan voor een kortstondig verblijf van elk schip, dat in nood verkeert) kan ook aan oorlogsschepen of kapers van oorlogvoerende Staten — voor beide partijen op denzelfden voet, — doch gewoonlijk slechts voor korten tijd en in beperkt getal, door den neutralen Staat vergunning worden verleend om in zijne havens te worden toegelaten, ten einde zich van benoodigdheden te voorzien.

1) Travers Twiss, Time of war, p. 445.

Sluiten