Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lord Russell, Engeland's Minister van Buitenlandsche Zaken, noemde in zijne depêche van 30 Nov. 1861, aan Lord L y o n's, de Engelsche ambassadeur te Washington, het gebeurde eene beleediging aan de Engelsche vlag en eene schending van het internationaal recht." Hij vorderde de invrijheidstelling der gevangenen en voldoende verontschuldiging (imitable apology).

De zeer lange depêche van den Secretaris van Staat Seward, der Vereenigde Staten van Noord-Amerika — met de andere te vinden bij Ortolan dl. 2 blz. 511-546 — van 27 Dec. d. a. v. .strekt om de zaak uiteentezetten, aan de regelen van het maritiem recht te toetsen, te betoogen dat de .vier opgelichte personen wel oorlogscontrabande zijn, doch te verklaren dat kapitein Wilkes. zonder orders, op eigen gezag had gehandeld, in een voor hem twijfelachtig geval de Trent niet had opgebracht, zooals anders bij het vervoer van contrabande had kunnen plaats hebben en dat de gevangenen gaarne zouden worden vrijgelaten, ter beschikking van den Engelschen gezant.

Toen, in 1900, de drie gedelegeerden van de Z.-Afr. Republieken, Fisher, Wessels en Wolmarens, eerst met een Duitsch schip van de Delagoabaai naar Italië en later met een Nederlandsch van Rotterdam naar New-York reisden, met eene soortgelijke zending als de heeren Slidell en Mason, heeft Groot-Britannië, waarschijnlijk met het oog op zijne houding in de zaak van de Trent, terwijl het alle gelegenheid had deze gedelegeerden aantehouden, dit recht der neutralen geëerbiedigd en geen poging gedaan om hunne zending te verhinderen.

De zaak van de „Sydney".

De zaak van de Sydney wordt ten onrechte wel eens gelijkgesteld met die van de Trent.

Gedurende den Chineesch-Japanschen oorlog ontving de Japansche Regeering bericht dat drie avonturiers, n.m. twee Amerikanen John Wild en George Cameron, benevens de Chinees Ching-San-Moore, zich op de Gaelic, varende onder Engelsche vlag van Californië naar Hongkong, zouden inschepen ten einde China te bereiken en tot oorlogsdoeleinden in dienst der Chineesche Regeering te treden.

Tegelijk met de vermomde avonturiers scheepte zich dan ook de Japansche consul op de Gaelic in, maar toen dat schip 2 Nov. 1894 te Yokohama kwam en de militaire commandant zich aan boord had begeven om deze drie personen, als oorlogscontrabande, te arresteeren en het schip te doorzoeken bleek dit vruchteloos, want de drie vermomden hadden zich onmiddellijk overgescheept op de Sydney, een paket-boot van de Fransche „Compagnie des Messageries maritimes," die, zoodra deze personen aan boord waren, was weggestoomd naar Kobé, een andere Japansche haven.

Sluiten