Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Postliminium. Het recht van postliminium is het recht, volgens hetwelk een Rijk, een gewest, eene bevolking, personen en goederen, die gedurende den oorlog uit 's vijands macht zijn bevrijd, in hun vroegeren rechts- of bezitstoestand worden hersteld.

1°. Etymologie. Postliminium is samengesteld uit: jmt (latijn), dat achter, en limen of li mes (lat ij n), dat grenzen beteekent; het geheel geeft dus te kennen: achter de grenzen, in de opvatting van: weder achter de grenzen zijn aangekomen, of teruggekeerd in het Vaderland.

2°. Postliminium is afkomstig van het Romeinsch recht. Een Romein verloor, indien hij krijgsgevangen werd, alle burgerlijke rechten, als gevolg van zijn overgang in slavernij. Zijn testament werd alleen geldig verklaard, indien het vóór de gevangenneming was gemaakt. Wist de gevangene echter zijne vrijheid te herwinnen, dan werd aangenomen dat hij nimmer in krijgsgevangenschap verkeerd en dus voortdurend het bezit van zijne rechten behouden had. Deze denkbeeldige toestand, die werd aangenomen, zoodra de gevangene binnen de grenzen teruggekomen en dus, met het betreden van het Romeinsch grondgebied, weder Romein geworden was, werd postliminium genoemd.

3°. Uit het oud burgerlijk recht is de uitdrukking op het internationaal recht overgeplant. De krijgsgevangene verliest echter thans niet meer zijne burgerlijke rechten, hij wordt alleen tijdelijk verhinderd sommige dier rechten uitteoefenen.

Postliminium in het volkenrecht heeft dus eene andere beteekenis. Het wordt toegepast op personen en op zaken. Personen keeren, volgens dat recht, terug; zaken worden herkregen. Een gewest, van tijdelijke overweldiging bevrijd, herneemt zijne rechten. De schorsing van die rechten heeft echter eene gaping, iets onbestemds en onzekers kunnen achterlaten, een onregelmatigen rechtstoestand veroorzaakt. Het recht van postliminium strekt bij het regelen van dien toestand tot beginsel.

Jure postliminii trad in 1813 de Prins van Oranje, die nimmer van een van zijn rechten op de Nederlanden afstand had gedaan, in al diens rechten, en ook Nederland in al zijn rechten op zijn voormalige territoriale bezittingen, als vóór den toestand van 1792. Lord Castlereagh schreef daaromtrent aan Lord Clancarty, 14 Aug. 1814: „long bef ore the line of the Meuse was taken up as a line of demarcation, namely when we where at Paris, the Prins of Orange entered as of right, into all the territorias and places belonging to Holland, as it stood previous to 1792. This was fully considered and expressly decided" ').

1) Smulders, Geschiedenis en verklaring van het Tractaat van 17 Maart 1824. Utrecht 1856.

Sluiten