Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daden van bestuur in administratief beheer of rechtsuitspraak, voor zoover zij het privaatrecht of het strafrecht betreffen, van kracht.

De Staat heeft geen recht, na herneming van het gezag over een bezet gebied, belastingen optevorderen, die gedurende 's vijands bezetting, volgens de voor gewone tijden geldige wetten van belastingplicht, verschuldigd zouden zijn geweest').

Krachtens postliminium worden rechten terugontvangen. Om te kunnen terugontvangen moet men hebben bezeten. Tijdens 's vijands bezetting verliest de Staat, met de macht, het recht om belastingen te heffen. Dat recht is tijdelijk overgegaan op den vijand, die er naar goedvinden, al of niet van gebruik maakt. Herstel in staatsgezag schenkt derhalve geen recht op invordering van belastingschuld, ontstaan tijdens de bezetting. Evenmin kan de verkoop van bijzonderen eigendom worden verbroken, indien die verkoop, binnen de grenzen van het oorlogsrecht, wegens weigering van belasting- of schattingplicht door het tijdelijk besturend krijgsgezag is gelast (administratieve executie).

Belastingschuld, die reeds met den aanvang der bezetting bestond, kan echter — als elke andere schuld — worden opgeëischt.

Het recht van postliminium strekt zich uit over onroerende goederen. Roerende goederen (Staatseigendom) worden door het recht van postliminium niet teruggekregen. Zij behooren den vijand, die zich daarvan meester heeft gemaakt, als buit2).

Dit recht herstelt den Staat, zoowel als den bijzonderen eigenaar, in al zijne rechten van het oogenblik, dat het tijdelijk bestuur is verdreven. Vaste goederen, die door den occupator — zij het ook na z.g.n. inlijving van het territoor — weggeschonken zijn (zooals beweerd wordt dat Lord Roberts heeft gedaan met boerenhoeven in den Oranje-Vrijstaat aan Engelschen) keeren door postliminium terug in het bezit van den rechtmatigen vorigen eigenaar. Goederen te koopen, waarop het recht van postliminium kan worden toegepast, is gewaagd. De verkooper had op die goederen geen volstrekt recht van bezit en van vervreemding; postliminium vernietigt den koop. De kooper weet dit of kon het weten; hij heeft dus geen recht op schadevergoeding; zijne onderneming was speculatief; uit vrijen

1) Heffter, III, 4? 188.

2) Idem III, § 190.

Sluiten