Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke colleges of rechters zich bevoegd achten van eene zelfde zaak kennis te nemen en zich die zaak hebben aangetrokken, of wanneer onderscheidene zich onbevoegd verklaren om over eene zaak te oordeelen, terwijl toch een van hen de bevoegde rechter moet zijn '). In het eerste geval spreekt inen van een positief, in het tweede geval van een negatief-jurisdictie-geschil. De bevoegdheid om over een dusdanig geschil te oordeelen wordt bepaald in de artikelen 54 1°, 65 en 88 R. O. De regel voor die bevoegdheid laat zich in het kort aldus samenvatten, dat de eerste gemeenschappelijk hoogere rechter van de colleges of rechters, tusschen wie het geschil bestaat, als de bevoegde rechter moet worden beschouwd. Zoo oordeelen de rechtbanken over alle geschillen tusschen de kantongerechten van hun rechtsgebied; de hoven over geschillen tusschen rechtbanken binnen hun rechtsgebied en over geschillen tusschen kantongerechten binnen dat rechtsgebied doch onder verschillende rechtbanken ressorteerende, de hooge raad eindelijk over geschillen tusschen gerechtshoven, tusschen alle rechterljjke autoriteiten, welke niet onder hetzelfde gerechtshof ressorteeren , en volgens n'. 4 van art. 88 eindelijk ook over geschillen tusschen een gerechtshof of rechtbank ten eenre en eenig bijzonder rechterlijk college ten andere. De hooge raad oordeelt natuurljjk in eerste en hoogste ressort; de hoven oordeelen volgens art. 65 R. O. alleen in eersten aanleg, doch ondanks dit voorschrift zal èn omdat art. 320 Wetb. v. Strafv. het tegendeel bepaalt èn omdat een rechter, die van het appel zou kennis nemen, niet is aangewezen, moeten worden aangenomen, dat tegen de beslissingen der hoven in een jurisdictiegeschil alleen cassatie mogelijk is 2). Moeilijker is eene andere antinomie. Art. 54 1° R. O. zegt, dat de rechtbanken van alle jurisdictiegeschillen aan haar oordeel onderworpen kennis nemen in het hoogste ressort; art. 320 Wetb. v. Strafv. daarentegen bepaalt uitdrukkelijk, dat de eindvonnissen der recht-

*) De beslissingen van de zich onbevoegd verklaard hebbende rechters moeten, om regeling van rechtsgebied toe te laten, alle in kracht van gewijsde zijn gegaan; H. R. 2 November 1903; W. 7987; P. v. J. n°. 299.

») A. A. de Pinto, Handl. Strafv., bl. 530 noot I; de Pinto, Rechterl. Org., bl. 180; Pols, t. a. p. bl. 29.

Sluiten