Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke gepleegd waren op een territoir, dat niet bjj een der kantongerechten was ingedeeld. In die leemte is voorzien door de opneming in het Wetboek van Strafv., krachtens de wet van 2.J Juni 1889 Stb. n°. 83, van een nieuw artikel, art. 24bis. Volgens dat artikel zal, indien het strafbare feit gepleegd wordt op het niet tot het rechtsgebied van eenig kantongerecht behoorende watergebied van het rijk in Europa en dus het forum delicti commissi niet kan gelden, het kantongerecht bevoegd zijn, binnen welks ressort de verdachte woont, gevonden wordt of zijne laatst bekende verblijfplaats heeft gehad. Yoor het geval ook niet een dezer drie gronden de competentie kan vestigen en dus nog altjjd een bevoegde rechter zou ontbreken, of wanneer meerdere van hetzelfde feit verdachten in de ressorten van verschillende kantongerechten wonen, wordt de berechting opgedragen aan het kantongerecht te Hoorn. Deze zelfde bepaling geldt, hoezeer met het oog op de ruimere grenzen voor de bevoegdheid in art. 24 gesteld daar minder noodig, ook voor feiten, die tot de kennisneming der rechtbanken behooren, met dit verschil dat dan, indien geen andere rechter is aangewezen, de berechting geschiedt door de rechtbank te Alkmaar.

Volgens art. 3 Wetb. v. Strafr. is de Nederlandsche strafwet toepasselijk op ieder die zich buiten het rijk in Europa aan boord van een Nederlandse!) vaartuig aan eenig straf baar feit schuldig maakt. Voor deze feiten kan natuurlijk de plaats, waar het misdrijf begaan is, de competentie van eenigen Nederlandschen rechter niet vestigen; van daar dat in art. 25 een fictieve locus delicti geschapen wordt en bepaald wordt, dat voor die feiten de plaats, waar de eigenaar van het vaartuig woont of de reederij is gevestigd, zal worden beschouwd als de plaats, waar het strafbare feit is gepleegd. Deze bepaling is ontleend aan art. 23 lid 2 der wet van 28 Mei 1869 Stb. n°. 96 omtrent de afgifte van zeebrieven, bij welke wet de berechting der daarin strafbaar gestelde feiten werd opgedragen aan de rechtbank van het arrondissement, waarin de boekhouder der reederij het bestuur uitoefent (art. 330 Wetb. v. K.), of waarin de betrokken vennootschap of vereeniging gevestigd is. Aan dit speciale voorschrift i9 nu door art. 25 met eene trouwens

Sluiten