Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na 1795 kwam men er te onzent niet spoedig toe het Fransche stelsel over te nemen; lang nog hield men vast aan de afhankelijkheid van het O. M. van de rechterlijke macht en eerst met de invoering der nieuwe rechterlijke organisatie van 1827 kregen wij een Openbaar Ministerie, ingericht naar de beginselen, die ook in Frankrijk golden1).

De hoofdbeginselen, die thans aan de inrichting van het openbaar ministerie ten grondslag liggen, zijn de zoogenaamde één- en ondeelbaarheid en de afhankelijkheid van het uitvoerend gezag *), eene afhankelijkheid die medebrengt, dat de leden van het O. M. niet als de rechters voor hun leven benoemd worden, maar afzetbaar zijn. Slechts de procureur-generaal b(j den Hoogen Raad maakt daarop eene uitzondering volgens het uitdrukkelijk voorschrift der Grondwet, art. 166 3). Het openbaar ministerie vormt te onzent een hiërarchisch geheel. Onderaan staan de ambtenaren van het openbaar ministerie bij de kantongerechten, die volgens art. 29 Strafvordering verplicht zijn de voorschriften op te volgen, hun met betrekking tot het doen van onderzoek of tot vervolging van strafbare feiten gegeven door de officieren van justitie bij de rechtbank. Gelijk voorschrift bevat art. 28 ten aanzien van de officieren van justitie tegenover de procureurs-generaal bij de hoven, en om de practische beteekenis dezer bepalingen te verhoogen, wordt in die artikelen tevens vastgesteld, dat aan de hooger geplaatste ambtenaren steeds moet worden mededeeling gedaan van strafbare feiten, welke ter kennis komen van de onder hen geplaatste en welker vervolging tot de competentie van deze behoort. De procureurs-generaal bij de hoven zijn alzoo de superieuren van de leden van het O. M., die onder hen

Introdnction bij Ortolan et Ledeau, ,Le ministère public en France" en Garraud, Traité théorique et pratique d'instruction criminelle et de procédure pénale, I bl. 48 en 49.

') De Bosch Kemper, t. a. p. bl. 146 en 147.

J) De Bosch Kemper, t. a. p. bl. 149 en 159; de Pinto, Rechterl. Org., bl. 39. ') Volgens art. 186 der Grondwet van 1815 werden ook de procureursgeneraal bij de hoven voor het leven benoemd. Bij art. 3 der wet van 10 November X875 Stb. n°. 204 is de wet op de regterl. organisatie, artt. 62 en 63, thans art. 62, op dat punt in overeenstemming gebracht met de Grondwet van 1848.

Sluiten