Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ressorteeren '), terwijl zij zelf ondergeschikt zijn aan de bevelen van den Minister van Justitie, die als het hoofd van het O. M. in Nederland moet worden beschouwd, en volgens ajt. 5 R.O. van wege den Koning zijne bevelen kan geven ^De procureur-generaal bij den Hoogen Raad neeint eene zelfstandige en, met het oog op zijne onafzetbaarheid, onafhankelijke positie in. Aan hem is speciaal opgedragen het toezicht op eene geregelde handhaving der wetten 9), — daarmeê in verband staat zijn recht om cassatie in het belang der wet aan te teekenen — doch hij geldt niet, behalve in betrekking tot de taak hem bij art. 52 van het aangehaalde Reglement n°. 1 opgedragen — zie art. 53 —, als het hoofd van het O. M. en als de onmiddellijke chef van de procureurs-generaal bij de hoven 4). Het openhaar ministerie is dus eene van het uitvoerend gezag afhankeljjke macht, doch is daartegenover onafhankelijk van de rechterlijke autoriteit. Wel behoeft het O. M. in vele gevallen machtiging van den rechter, doch door dergelijke voorschriften worden slechts de grenzen van de bevoegdheid der verschillende autoriteiten nader aangewezen. Alleen in één opzicht kan het O. M. geacht worden afhankelijk te zijn van den rechter; volgens art. 33 Sv. kan de rechtbank den officier gelasten eene strafvervolging, die deze niet wenschte in te stellen, aanhangig te maken, door welk bevel zij in de eigenlijke bevoegdheid van het openbaar ministerie ingrijpt. Eene soortgelijke bevoegdheid kent art. 73 R. O. toe aan de hoven 5), en art. 109 bepaalt, dat ook aan den Hoogen Raad dat recht toekomt ten aanzien van feiten, aan zijne rechtsmacht onderworpen.

Het O. M. bij den H. R. wordt waargenomen door den procureur-generaal en drie advocaten-generaal; bij de hoven dooiden procureur-generaal en een of meer advocaten-generaal;

>) Zie art. 54 van het Reglement n°. X , vastgesteld bij K. B. van 14 Sept. 1838 Stb. n°. 36; de Pinto, Rechterl. Org., bl. 40.

s) De Pinto, t. a. p. bl. 40 en 49-55.

J) Zie art. 52 van het aangehaalde reglement.

*) Vgl. over de bijzondere positie van den procureur-generaal bij den Hoogen Raad het artikel van mr. Modderman in Themis 1870, bl. 148—152.

5) Vgl. over dit artikel in verband met art. 82 Strafv. (oud) A. A. de Pinto, Het herziene W. v. Sv., I bl. 193 vlgg.

Sluiten