Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de rechtbanken door den officier van justitie en een of meer substituten; bij de kantongerechten door de ambtenaren van het O. M. bij de kantongerechten. Iedere ambtenaar oefent zijne bevoegdheid uit bij een bepaald college; bij de kantongerechten is dikwerf één ambtenaar tegelijkertijd bij meerdere colleges werkzaam. Wanneer aan één college meerdere ambtenaren van het O. M. verbonden zijn, is een van hen het hoofd van het parket, — bij den Hoogen Raad en de hoven de procureur-generaal, bij de rechtbanken de officier van justitie -fen de advocaten-generaal en de substituten zijn aan dezen ondergeschikt. Indien echter het O. M. wordt waargenomen door een advocaat-generaal of substituut, wordt deze geacht den procureur-generaal of den officier te vertegenwoordigen en heeft hij volkomen gelijke rechten als deze zelf zoude hebben. In de praktijk draagt dan ook de advocaat-generaal, als hij het O. M. waarneemt, den naam van procureur-generaal, de substituutofficier dien van officier van justitie. De andere leden van het parket zijn verplicht de bevelen van hun chef op te volgen in de vervolging der hun opgedragen zaak, ook wat betreft het door hen ter terechtzitting te nemen requisitoir '). In de praktijk wordt echter hunne vrijheid te dien aanzien, zoo al niet altijd dan toch zeker als regel, geëerbiedigd, en met het oog op de vaak onzekere uitkomst van het onderzoek ter terechtzitting zal in vele gevallen het voorschrijven van eene bepaalde vordering uiterst moeilijk zijn.

De hoofdtaak van het O. M. ten onzent bestaat in de vervolging, jcan strafbare feiten. Zij hebben in dit opzicht, mêTuitzondering van de ambtenaren , aangewezen voor de vervolging van belastingovertredingen, art. 141 Wetb. van Strafv., eene uitsluitende bevoegdheid, d. w. z. zij zijn de eenige personen, op wier initiatief eene strafrechtelijke vervolging kan worden begonnen 2). De rechter is gebonden aan een requisitoir van het

') Vgl. mr. W. Boot, De afhankelijkheid van het Openbaar Ministerie, bl. 34 en 61, en § 147 van het Duitsche Gerichtsverfassungsgesetz.

2) De bevoegdheid in den Franschen Code, artt. 145 en 182, aan de civiele partij gegeven om de strafvervolging weaens overtredingen en wanbedrijven zelf aanhangig te maken, is bij ons onbekend. Evenzeer is aan ons recht vreemd de zoogenaamde Privatklage, geregeld in §§ 414- 434 der Duitsche

Sluiten