Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om voor zi,ne eigen belangen op te lenmnn i. r„.. n

-at recht vangt eerst aan, als de instructie is afanl,,nnpn Dan kan hij zijne belangen aan de rechtbank schriftelijk voordragen en tegen hare beschikking bij het hof in beroep omen (artt. 119 en 130 Strafv.); de beklaagde, die in vrijnejd is 0f anders zijn raadsman kunnen inzage nemen van de stukken, en de raadsman is bevoegd den zich in preven^eve hechtenis bevindende beklaagde alleen te spreken (art. 1-3). Deze bevoegdheden blijven bestaan ook na de verwijzing naar de terechtzitting (art. 134 Sv.). Bij de behandemg ter terechtzitting heeft de beklaagde in hoofdzaak gelijke rechten als aan het O. M. zijn toegekend. Hjj kan getuigen of deskundigen, die hij wildoen hooren, zelf doen dagvaarden, art. 148 ot hun verhoor ook bij niet dagvaarding verzoeken, art. 155 • ü kan hetzij zelf of door tusschenkomst van zijn raadsman aan de getuigen of deskundigen vragen doen stellen of zich tegen eene door het O. M. gestelde vraag^rzetten; hij kan verzoeken, dat getuigen zullen worden geconfronteerd; in één woord, hijjcan^rieken, dat zal geschieden , „1 wat door et U. M. kan worden gevorderd,. en verzuim om te beslissen over eenig krachtens de wet door den beklaagde gedaan verzoek brengt nietigheid van het onderzoek met zich, art. 00. Ook is bij de behandeling ter terechtzitting het recht der verdediging uitdrukkelijk erkend, artt. 189 en 199 en aan den beklaagde of aan zijn raadsman het recht gegeven om naar aanleiding van de vordering van het O. M. de verdediging voor te dragen en bij dit debat het laatst het woord te voeren. Toch is ook bij de behandeling ter terechtzitting het partijstandpunt van den beklaagde niet volledig erkend en vooral de gelijkgerechtigheid van O. M. en verdediging niet consequent volgehouden. Het eerste niet, doordat ook bij het onderzoek ter terechtzitting in het verhoor van den beklaagde oor voorzitter, rechters en officier van justitie het middel kan worden gevonden en dikwijls gevonden wordt om den beklaagde bewijsmateriaal tegen zich zelf te doen leveren1);

TT de bePalinSen ten opzichte van de procedure te^en jeugdige beklaagden het overzicht, hiervan gegeven in de Vijfde Afdeel,ng. ) Dit is nog meer dan vóór 1886 het geval, nu de wet in art. 178 uit-

Sluiten