Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bank eon onderzoek bevolen , dan draagt dit den naam van „gerechtelijke instrnctie" Deze instructie wordt gevoerd door den rechter-commissaris, die de geheele leiding van het onderzoek heeft, en draagt een zuiver inquisitoir karakter. De instructie is geheim ook tegenover den beklaagde en zijn verdediger, en de rechtbank, die over de resultaten van het onderzoek heeft te oordeelen, beslist alleen op grond der schriftelijke stukken. Een mondeling verhoor voor de rechtbank zelf heeft niet plaats, ook niet van den beklaagde.

Na afloop der instructie moet de officier de zaak opnieuw bij de rechtbank aanhangig maken en kan deze door haar vonnis van verwijzing de behandeling ter terechtzitting (Hauptverfahren) bevelen. Na deze beschikking verandert het proces van karakter en wordt het in hoofdzaak meer een strijd tusschen partijen. Toch heeft ook het eindonderzoek eene inquisitoire tint en heeft de wet aan den rechter alle bevoegdheden gegeven, noodig om ook ambtshalve tot de instructie der zaak en het vinden der waarheid mede te werken. Meer in het bijzonder komt dit uit door de bepalingen van de artikelen 190, 193, 212 en 213, krachtens welke de rechter ambtshalve de oproeping van nadere getuigen of deskundigen en zelfs het voeren eener nadere instructie kan bevelen, een en ander ook zelfs nadat liet onderzoek reeds was gev sloten en de uitspraak reeds bepaald.

Het onderzoek ter terechtzitting is in den regel openbaar en steunt op het beginsel der zoogenaamde onmiddellijkheid, d. w. z. de rechter mag zijn vonnis slechts doen rusten op de' mondeling, in zijne tegenwoordigheid afgelegde verklaringen van beklaagde, getuigen en deskundigen. Afwijkingen van dit beginsel zijn gelegen in de bepaling, dat eene gerechtelijke bekentenis hare kracht behoudt, ook al wordt zjj ter terechtzitting herroepen, tenzij dit om aannemelijke reden geschiedt (art. 405); in de bewijskracht, bij art. 401 toegekend aan de processen-verbaal op den ambtseed opgemaakt, ook zonder dat de verbalisanten die als getuigen hebben bevestigd: in het voorschrift van art. 293 omtrent de getuigenissen van dè] prinsen of prinsessen, welke de vereischte koninklijke mach-1 tiging om ter terechtzitting te verschijnen niet hebben ver-

Sluiten