Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kregen, en eenigszins ook in de bepaling van art. 167, dat van getuigen, die niet kunnen worden gehoord, de verklaringen, in de instructie afgelegd, ter terechtzitting mogen worden voorgelezen en de rechtbank daarop, volgens het bij art. 409 bepaalde, acht mag slaan. In de praktijk lijdt het beginsel nog meerdere beperking door de te groote waarde, die bij het onderzoek ter terechtzitting aan de verklaringen in de instructie afgelegd wordt gehecht, zich openbarende in eene voortdurende vergelijking van'deze met de ter terechtzittingegeven getuigenissen en in de vaak aangewende pogingen", om den getuige aan zijne eerste verklaringen te houden. Door een en ander wordt dikwerf eene vrije ontwikkeling van het onderzoek ter terechtzitting belemmerd. De belangrijkste uitzondering op het beginsel der onmiddellijkheid is, dat de rechter in hooger beroep mag oordeelen op grond van het onderzoek, dat bij de eerste behandeling heeft plaats gehad, en van de daarvan opgemaakte processen-verbaal (art. 246 Strafvordering). Eene soortgelijke bepaling geldt ook bij de behandeling der zaak in de procedure over de herziening, art. 879c lid 6.

Over de openbaarheid der terechtzittingen wordt gehandeld in art. 161 der Grondwet en art. 20 der Wet op de Regterlijke Organisatie. Volgens het artikel der Grondwet, dat bij de jongste herziening meer in overeenstemming is gebracht met art. 20 der R. O. '), moeten de terechtzittingen openbaar zijn behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald, eene bepaling, die dus feitelijk den gewonen wetgever de beslissing over de al of niet openbaarheid in handen geeft 2) Voorts mag reeds volgens het artikel van de Grondwet de rechter in het belang der openbare orde en zedelijkheid van den regel der openbaarheid afwijken. Volgens art. 20 R. O., dat evenzeer. en wel op straffe van nietigheid, in strafzaken de openbaarheid van het rechtsgeding op de terechtzitting voorschrijft tenzij de wet anders bepaalt, mag de rechter van de open-

>) Over den strijd van dit artikel met art. 156 der Grondwet van 1848 zie men Buys. De Grondwet, II bl. 424.

') Buys, De Grondwet, III bl. 308. Men zie in de Vijfde Afdeeling hierna over de uitsluiting van de openbaarheid bij de rechtspleging tegen jeugdige beklaagden, art. 149bis Sv. s

Sluiten