Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baarheid afwijken om gewichtige redenen, welke in het procesverbaal der zitting moeten worden vermeld '). Die redenen kunnen dus ook andere zijn dan het belang der openbare orde of zedelijkheid, zoodat de Wet op de Regterl. Organisatie aan

rlnn nnnlifah /inn/v «■«««wmsvma 1-. J1 ' J Ci ï i /n ■» ^

vit'ii ic i n k h riiiiriMri» nPvnon»n hüin /inr» Hn

v gveu 'iau UC VlIUIIUWf^'

De vonnissen en arresten moeten <»n vnlirono rlo /m

...wwvvu vu 'ui^vno uv/ vjiii/nunci uil

volgens de Wet op de Regterl. Organisatie steeds in het openbaar worden uitgesproken. 4 (

ci*1 t f «Au t j A /O fefJO' •! t* Alui Z^'1/-

§ 2. Voorwaarden voor de instelling der strafactie.

Het recht van de overheid tot oplegging van de bij de wet bedreigde straf aan een bepaald persoon is aanwezig, wanneer het bij die wet omschreven strafbare feit door dien persoon is gepleegd. Dit recht is echter in zijne uitvoering afhankelijk gesteld van eene, op de wjjze bij de wet voorgeschreven verkregen rechterlijke uitspraak, waarbij aan den schuldig bevonden persoon de bij de wet toegelaten straf is opgelegd. Wordt dus iemand verdacht een strafbaar feit te hebben ge-J pleegd, zoodat het recht om hem eene straf op te leggen kanj, zijn ontstaan, dan moet door de daartoe aangewezen autoriteit: de strafactie tegen hem worden geldig gemaakt. De allereerste voorwaarde, die aanwezig moet zijn om tegen iemand eene strafvervolging in te stellen en eene aanklacht aanhangig te maken, is derhalve dat er gegrond vermoeden bestaat, dat die persoon zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; en, hetzij dat het O. M. uitsluitend over het vermoeden oordeelt of de rechtbank dit heeft te doen bij haar vonnis van rechtsingang of verwijzing, steeds moet een dusdanig vermoeden de grondslag zjjn der aanklacht. Indien dus in dien zin niet een recht tot strafvervolging bestaat, kan ook van een recht tot strafoplegging geen sprake zijn; ook al blijkt later dat het laatste niet gegrond is, zoo kan niettemin het eerste volkomen aanwezig zijn geweest.

Behalve het bestaan van het zoo even genoemde vermoeden

') de Pinto, Rechterl. Org., bl. 78. Bij niet vermelding van de redenen in het proces-verbaal, terwijl bet onderzoek met gesloten deuren is gehouden, is dat onderzoek nietig; H. R. 25 Juni 1900; W. 7479.

Sluiten