Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn er nog andere voorwaarden gesteld voor het instellen der strafactie. Deze zijn deels van algemeenen, deels van meer bijzonderen aard, en dragen hetzij een positief hetzij een negatief karakter. Van algemeenen aard en in het materieele strafrecht zijn grond vindend is de voorwaarde, dat de Nederlandsche strafwet op het gepleegde feit van toepassing is en dus de Nederlandsche rechter tot oordeelen bevoegd. Eene andere voorwaarde is dat de persoon, tegen wien de vervolging gericht wordt, in leven zij en in staat voor den rechter te verschijnen, Als toepassing daarvan doet art. 69 Sw. de strafactie te niet gaan door den dood van den verdachte en wordt in art. 415 Strafv. voorgeschreven, dat, indien een persoon na het plegen van het hem ten laste te leggen feit krankzinnig is geworden, de strafvordering tot na het herstèTvan den beklaagde zal worden geschorst. Op de eerste dezer bepalingen bevat het Wetboek van Strafvordering in art. 410 eene belangrijke uitzondering in het voorschrift, dat art. 69 niet zal gelden voor zooveel aangaat het verhaal van boete of van verbeurte van bepaalde voorwerpen in zake van landelijke, plaatae- i «Hh»" -en—amiere openbare belastingen. Volgens de artt. 411 en'*" 412 zal dan de vervolging, indien zij nog niet aanhangig was gemaakt, kunnen worden ingesteld of. indien zij reeds aanhangig was, kunnen worden voortgezet, wat betreft de boete of verbeurdverklaring, tegen de erfgenajnen of den vertegenwoordiger van den dader terwijl, indien de erfgenamen belang mochten hebben met het oog op eene verbeurdverklaring, die heeft plaats gevonden, de strafvordering aanhangig te maken of ook om andere redenen eene reeds aanhangige voort te zetten, zij daartoe volgens art. 414 de bevoegdheid hebben. Evenzeer kan, indien een beklaagde krankzinnig verklaard en onder curateele is gesteld, volgens art. 416 de vordering van de administratie tegen den curator worden aangevangen of voortgezet; zelfs wordt in dit geval de benoeming van den curator ondersteld. Deze bepalingen, waarvan reeds de Pinto zeide, dat zij zoo weinig rechtskundig en logisch zijn als zij fiscaal zijn '), en waarover bij de toelichting van art. 69 Sw. een

') Handl. Strafv., bl. 675.

Sluiten